<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns:bsl="http://www.bsl.nl" xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"><logo>http://www.vakbibliotheek.nl/rss/bsl-praktisch-partners.gif</logo><title>Fysiotherapeutische casuïstiek</title><subtitle>Aanvulling , november 2009</subtitle><id>urn:bsl:9065026126</id><link rel="self" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/xml/9065026126.xml"/><link href="http://fc.bsl.nl" rel="alternate"/><rights>Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten</rights><updated>2009-11-18T01:00:00Z</updated><author><name>Bohn Stafleu van Loghum</name><uri>http://www.bsl.nl</uri></author><entry><title>Fysiotherapeutische begeleiding bij een jonge hardloper met gonartrose </title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=9065026126/09014f3c8027e69a.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c8027e69a</id><bsl:isbn>9065026126</bsl:isbn><bsl:date>november 2009</bsl:date><bsl:author><name>Ellen Oosting</name></bsl:author><bsl:author><name>Roland van Peppen</name></bsl:author><updated>2009-11-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;img src="http://vb23.bsl.nl/BSL/content/edition/9065026126/9065026126.jpg" align="right" hspace="10"/&gt;&lt;b&gt;Ellen Oosting, Roland van Peppen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Artrose is een complexe aandoening, waarvan de pathofysiologie zowel biome­chanisch als biochemisch is (Felsen &amp; Lawrence, 2000a). Er zijn veel verschil­lende behandelmethoden, waaronder operatief ingrijpen, medicatie, voorlich­ting en fysiotherapie (Felsen &amp; Lawrence, 2000b). Fysiotherapie of oefenthera­pie is volgens de literatuur effectief en wordt vaak toegepast (Felsen &amp; Law­rence, 2000b; Vogels et al., 2005; Van Baar et al., 2001; Jamtvedt et al., 2008). De landelijke richtlijn Artrose heup-knie van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) raadt functionele oefentherapie aan, in combinatie met voorlichting (Vogels et al., 2005). Voorgestelde behandeldoe­len zijn het verbeteren van de range of motion (ROM), de stabiliteit van het gewricht, de spierkracht van de m. quadriceps, het aerobe uithoudingsvermo­gen en het reduceren van lichaamsgewicht (Felsen &amp; Lawrence, 2000b; Vogels et al., 2005). De huidige oefentherapie is vooral gericht op het verbeteren van activiteiten met een coachende rol voor de fysiotherapeut. Mensen met artrose moeten gestimuleerd worden te blijven bewegen/sporten en de fysiotherapeut kan hierbij begeleiden en monitoren (Vogels et al., 2005). Het is belangrijk hierbij rekening te houden met risicofactoren die kunnen zorgen voor functio­nele beperkingen op lange termijn (Brosseau et al., 2003). Welke vorm of inten­siteit van oefentherapie het meest effectief is, is door middel van wetenschap­pelijk onderzoek niet onomstotelijk vastgesteld (Felsen &amp; Lawrence, 2000b; Jamtvedt et al., 2008; Steultjens et al., 2002; Taylor et al., 2007). Oefentherapie gericht op gedragsverandering en volgens de principes van &#8216;graded activity&#8217; en sportief wandelen geven hetzelfde effect als reguliere oefentherapie (Jamtvedt et al., 2008; Veenhof et al., 2006; Roddy et al., 2005). Opvallend is dat het effect van reguliere oefentherapie op lange termijn blijkt te verdwijnen (Van Baar et al., 2001). In systematische reviews wordt gesteld dat intensieve, doelgerichte en individueel gerichte oefentherapie bij diverse aandoeningen meestal effec­tiever is dan standaardoefenprogramma&#8217;s (Taylor et al., 2007). Een actieve par­ticipatie van de patiënt en langetermijndoelen verbeteren de therapietrouw (Veenhof et al., 2006). &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Klinische uitkomsten na manuele therapie en oefeningen voor artrose van de heup: casuïstiek</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=9065026126/09014f3c8027e6b4.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c8027e6b4</id><bsl:isbn>9065026126</bsl:isbn><bsl:date>november 2009</bsl:date><bsl:author><name>Cameron W. MacDonald</name></bsl:author><bsl:author><name>Julie M. Whitman</name></bsl:author><bsl:author><name>Joshua A. Cleland</name></bsl:author><bsl:author><name>Marcia Smith</name></bsl:author><bsl:author><name>Hugo L. Hoeksma</name></bsl:author><updated>2009-11-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Cameron W. MacDonald, Julie M. Whitman, Joshua A. Cleland, Marcia Smith, Hugo L. Hoeksma&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Artrose van de heup (coxartrose) wordt beschreven als progressief verlies van hyalien kraakbeen in het heupgewricht, sclerose van subchondraal bot en de vorming van botsporen aan de gewrichtsranden (Altman et al., 2004; Duthrie &amp; Bentley, 1996; Hoeksma et al., 2004). Coxartrose is met een prevalentie van 10 tot 20 procent in de oudere populatie een belangrijke oorzaak van invaliditeit (Elders, 2000; Odding et al., 2001). Coxartrose staat op de ranglijst van voor­spellers van functionele invaliditeit bij vrouwen op de vierde plaats en bij man­nen op de achtste (Brooks, 2002; Elders, 2000; Odding et al., 2001). Behalve de persoonlijke invaliditeit waarmee coxartrose gepaard gaat, heeft de aandoe­ning ook grote economische invloed op het zorgstelsel. Geschat wordt dat het aantal mensen met coxartrose in de Verenigde Staten oploopt van 43 miljoen nu tot 60 miljoen in 2020, wat naar schatting meer dan 100 miljard zorgdollars per jaar gaat kosten (Elders, 2000). Gezien het effect van coxartrose op indivi­duen en op de economie, en gezien de huidige geaccepteerde &#8216;zorgstandaard&#8217; voor coxartrose (gewrichtsvervangende operatie (Koh &amp; Dietz, 2005)) is nadere aandacht vereist voor interventies waarmee invaliditeit als gevolg van coxar­trose kan worden beperkt en/of de progressie van de aandoening kan worden vertraagd, waardoor het aantal gewrichtsvervangingen in principe kan afne­men. Coxartrose presenteert zich klinisch meestal als pijn in de lies, de late­rale heup en de mediale dij, zich soms distaal uitstrekkend tot aan de knie (Khan et al., 2004). Coxartrose presenteert zich klinisch als pijn in de lies, de laterale heup en de mediale dij, soms tot aan de knie, ochtendstijf heid, bewegingsverlies en pijn bij gewichtsbelastingPatiënten met coxartrose hebben vaak last van ochtendstijf­heid, bewegingsverlies en pijn bij gewichtsbelasting van het getroffen been (Kean et al., 2004; Wolfe, 1999). Deze stoornissen gaan vaak gepaard met func­tieverlies, zoals moeite met overeind komen uit een lage stoel, douchen, aan­kleden van de onderste extremiteiten en traplopen (Lin et al., 2001). &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Training van inademingsspieren bij langdurig ernstig zieke patiënten &#8211; verslag van twee gevallen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=9065026126/09014f3c8027e6ba.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c8027e6ba</id><bsl:isbn>9065026126</bsl:isbn><bsl:date>november 2009</bsl:date><bsl:author><name>Angela T. Chang</name></bsl:author><bsl:author><name>Robert J. Boots</name></bsl:author><bsl:author><name>Robert Henderson</name></bsl:author><bsl:author><name>Jennifer D. Paratz</name></bsl:author><bsl:author><name>Paul W. Hodges</name></bsl:author><updated>2009-11-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Angela T. Chang, Robert J. Boots, Robert Henderson, Jennifer D. Paratz, Paul W. Hodges&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Van de patiënten die op de intensive care worden opgenomen, krijgt een gedeel­te langdurig mechanische ventilatie (Carson &amp; Bach, 2002). Deze mensen, vaak &#8216;langdurig ernstig zieke patiënten&#8217; genoemd, maken slechts 5,8 procent uit van het aantal opnamen op de intensive care (IC), maar doen een veel groter beroep op de IC-middelen: in sommige gevallen tot wel 54 procent (Stricker et al., 2003). Moeite met afwennen van mechanische ventilatie is bij deze patiën­ten een veelvoorkomende oorzaak van het langdurige verblijf op de IC en daar­om is in recente onderzoeken training van de inademingsspieren (TIAS) voor­gesteld om het afwennen te vergemakkelijken (Martin et al., 2002; Sprague &amp; Hopkins, 2003). Uit voorlopig onderzoek is weliswaar gebleken dat afwennen in de meeste gevallen met succes verloopt (Martin et al., 2002; Sprague &amp; Hopkins, 2003), maar aan het eind van het trainingsprogramma kan nog spra­ke zijn van zwakte van de inademingsspieren. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Voorstel voor een effectievere fysiotherapeutische thoraxbehandeling bij de neuromusculaire patiënt met overvloedig secreet, bulbaire disfunctie en ineffectief hoesten: casuïstiek</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=9065026126/09014f3c8027e6c1.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c8027e6c1</id><bsl:isbn>9065026126</bsl:isbn><bsl:date>november 2009</bsl:date><bsl:author><name>George Ntoumenopoulos</name></bsl:author><bsl:author><name>Tristan Shipsides</name></bsl:author><updated>2009-11-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;George Ntoumenopoulos, Tristan Shipsides&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;We beschrijven een minder conventionele vorm van fysiotherapeutische behan­deling van een patiënt met ernstige neuromusculaire ziekte en bulbaire dis­functie, met een ineffectieve hoest en overvloedig luchtwegsecreet resulterend in respiratoire insufficiëntie en een gecollabeerde longkwab. Anders dan in de standaard praktijkaanbevelingen werd optimale secreetafvoer bewerkstelligd door in eerste instantie geen zijligging toe te passen en stimulatie van het hoesten en het uitzuigen met twee fysiotherapeuten uit te voeren. Deze casuïs­tiek is bedoeld om ideeën voor nader onderzoek te genereren. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Toepassing van transabdominale echografie bij het opnieuw trainen van de bekkenbodemspieren van een vrouw na de bevalling</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=9065026126/09014f3c8027e6ca.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c8027e6ca</id><bsl:isbn>9065026126</bsl:isbn><bsl:date>november 2009</bsl:date><bsl:author><name>A. Ariail</name></bsl:author><bsl:author><name>T. Sears</name></bsl:author><bsl:author><name>E. Hampton</name></bsl:author><updated>2009-11-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;A. Ariail, T. Sears, E. Hampton&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;ncontinentie die tijdens de zwangerschap ontstaat en na de bevalling aanhoudt, heeft een negatieve invloed op de functionele bezigheden en de kwaliteit van leven van een vrouwIncontinentie die tijdens de zwangerschap ontstaat en na de bevalling aan­houdt, heeft een negatieve invloed op de functionele bezigheden en de kwaliteit van leven van een vrouw. Uit sommige onderzoeken (Glazener et al., 2006; MacArthur et al., 2006; Groutz et al., 2003) bleek een hogere prevalentie van stressincontinentie bij vrouwen die vaginaal bevallen in vergelijking met dege­nen die via een keizersnede bevallen. Vermoed wordt dat zwakke bekkenbo­demspieren als gevolg van zenuwletsel aan de n. pudendus of n. levator ani, opgelopen tijdens een vaginale bevalling in hoge mate bijdraagt aan stressin­continentie bij de postpartumpopulatie. Factoren die kunnen leiden tot schade aan de n. pudendus zijn meer zwangerschappen, bevalling met behulp van een verlostang, een langdurige persfase, hoog geboortegewicht en derdegraadspe­rineumrupturen (Snooks et al., 1986). Een vaginale bevalling zelf kan leiden tot letsel aan de n. pudendus. Lien en collega&#8217;s toonden aan dat de n. pudendus tijdens de persfase meer dan 15 procent wordt uitgerekt (Lien et al., 2005), een drempel waarvan bekend is dat die permanente schade veroorzaakt. Er is min­der onderzoek gedaan naar het verband tussen vaginale bevallingen en letsel aan de n. levator ani. Wallner en collega&#8217;s beweerden dat als gevolg van de ana­tomische en beschermde positie van de n. pudendus door de spierbuik van de m. levator ani, de n. levator ani tijdens een vaginale bevalling eerder bescha­digd zal raken dan de n. pudendus (Wallner et al., 2006). Beide zenuwaandoe­ningen kunnen leiden tot verzwakking van de bekkenbodemspieren. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Multidisciplinaire aanpak van schouderklachten bij bovenhandse (top)sporters </title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=9065026126/09014f3c8027e6ea.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c8027e6ea</id><bsl:isbn>9065026126</bsl:isbn><bsl:date>november 2009</bsl:date><bsl:author><name>J. Heisen</name></bsl:author><bsl:author><name>H. van der Hoeven</name></bsl:author><bsl:author><name>R. Tamminga</name></bsl:author><bsl:author><name>P.C.J. Vergouwen</name></bsl:author><updated>2009-11-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;J. Heisen, H. van der Hoeven, R. Tamminga, P.C.J. Vergouwen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Schouderklachten bij bovenhandse sporters komen veelvuldig en in de meest gecompliceerde vorm voor in de sportmedische praktijk. De schouder blijkt een lastig gewricht om een adequate behandeling in te zetten met een juiste werk­diagnose. Daarom geeft een multidisciplinaire benadering de grootste kans op herstel. Dit vraagt om specifieke kennis en klinische expertise van elk van de betrokken disciplines. In deze casus zijn dat een sportarts, orthopedisch chi­rurg, sportfysiotherapeut-manueel therapeut en een sportfysiotherapeut als behandelaar. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Herstel van de laterale meniscus bij een professionele ijshockeykeeper: casusverslag met vijf jaar follow-up</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=9065026126/09014f3c8027e6ff.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c8027e6ff</id><bsl:isbn>9065026126</bsl:isbn><bsl:date>november 2009</bsl:date><bsl:author><name>Mario Bizzini</name></bsl:author><bsl:author><name>Mark Gorelick</name></bsl:author><bsl:author><name>Thomas Drobny</name></bsl:author><updated>2009-11-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Mario Bizzini, Mark Gorelick, Thomas Drobny&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Menisci spelen mogelijk een rol bij de neuromusculaire sturing van het kniegewrichtDe menisci leveren een bijdrage aan belastingoverdracht, schokabsorptie, stressreductie, gewrichtssmering, gewrichtsvoeding, gewrichtscongruentie en gewrichtsstabiliteit, en zijn essentieel voor de kniefunctie (Gray, 1999; Mueller, 1982). De in recente literatuur beschreven innervatie van de menisci en de sensorische functie duiden erop dat de menisci mogelijk eveneens een rol spe­len bij de neuromusculaire sturing van het kniegewricht (Assimakopoulos et al., 1992; Gray, 1999; Nyland et al., 1994; Zimny et al., 1988). De menisci zijn een bron van proprioceptieve informatie over de positie, richting, snelheid, acceleratie en deceleratie van het kniegewricht (Gray, 1999). &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry></feed>
