<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns:bsl="http://www.bsl.nl" xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"><logo>http://www.vakbibliotheek.nl/rss/bsl-praktisch-partners.gif</logo><title>Quadrant</title><subtitle>Aanvulling 4, 2010</subtitle><id>urn:bsl:906502509X</id><link rel="self" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/xml/906502509X.xml"/><link href="http://quadrant.bsl.nl" rel="alternate"/><rights>Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten</rights><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><author><name>Bohn Stafleu van Loghum</name><uri>http://www.bsl.nl</uri></author><entry><title>Aangezichtstrauma: hoe gevaarlijk zijn skiën en snowboarden?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4aae.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4aae</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>T. Tuli</name></bsl:author><bsl:author><name>O. Haechl</name></bsl:author><bsl:author><name>N. Berger</name></bsl:author><bsl:author><name>K. Laimer</name></bsl:author><bsl:author><name>S. Jank</name></bsl:author><bsl:author><name>F. Kloss</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Brandstätter</name></bsl:author><bsl:author><name>R. Gassner</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;img src="http://vb23.bsl.nl/BSL/content/edition/906502509X/906502509X.jpg" align="right" hspace="10"/&gt;&lt;b&gt;T. Tuli, O. Haechl, N. Berger, K. Laimer, S. Jank, F. Kloss, A. Brandstätter, R. Gassner&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De skisport wordt wereldwijd door miljoenen mensen actief beoefend. Helaas staat deze bezigheid ook te boek als een van de meest voorkomende oorzaken van sportletsels.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Behandeling van slaapapneu gedurende vijf jaar met een mandibulair repositieapparaat</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4aaf.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4aaf</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>J. Martínez-Gomis</name></bsl:author><bsl:author><name>E. Willaert</name></bsl:author><bsl:author><name>L. Nogues</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Pascual</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Somoza</name></bsl:author><bsl:author><name>C. Monasterio</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;J. Martínez-Gomis, E. Willaert, L. Nogues, M. Pascual, M. Somoza, C. Monasterio&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Obstructieve slaapapneu (OSA) is een veelvoorkomende respiratoire aandoening met als kenmerk herhaaldelijke obstructie van de bovenste luchtwegen gedurende de slaap. De behandelmogelijkheden voor OSA omvatten gedragsaanpassing, positieve-drukbeademing (continuous positive airway pressure, CPAP), operatief ingrijpen en orale apparatuur. CPAP lijkt het meest effectief om OSA te verminderen. Toch kan orale apparatuur een goed alternatief vormen voor patiënten met lichte tot matige symptomen die de voorkeur geven aan orale apparatuur boven CPAP, of voor diegenen die CPAP-behandeling niet verdragen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Prevalentie van transpositie van gebitselementen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ab0.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ab0</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>M.A. Papadopoulos</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Chatzoudi</name></bsl:author><bsl:author><name>E.G. Kaklamanos</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;M.A. Papadopoulos, M. Chatzoudi, E.G. Kaklamanos&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Transpositie van elementen wordt gezien als een zeldzaamheid en houdt meestal verband met afwijkingen bij de doorbraak van elementen en de daarop volgende afwijkende occlusale relaties. Meer specifiek wordt transpositie van elementen gedefinieerd als de plaatsverwisseling van twee naburige elementen en in het bijzonder van hun radices, of de ontwikkeling of eruptie van een element op een plaats die normaal wordt ingenomen door een niet-naastliggend element. Transpositie van een element is dus een bijzonder type van ectopische eruptie, waarbij elk ectopisch element de normale volgorde van elementen in de dentale boog verandert. De prevalentie van transpositie van elementen varieert aanzienlijk in de literatuur &#8211; van 0,09 tot 1,4% &#8211; en is niet door middel van een geïntegreerde benadering geanalyseerd. Systematische literatuuronderzoeken en meta-analyses kunnen de resultaten van andere onderzoeken samenvatten en de lezers enige aanwijzing geven omtrent het zwaartepunt van het bewijs. Deze manier van onderzoeken kan dus conclusies, gebaseerd op het best aanwezige bewijs, aandragen en verdedigen of in sommige gevallen concluderen dat het bewijs dat op dit moment voorhanden is geen enkele conclusie toelaat.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Breuknecrose: diagnose, prognose en aanbevelingen voor behandeling</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ab5.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ab5</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>L.H. Berman</name></bsl:author><bsl:author><name>S. Kuttler</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;L.H. Berman, S. Kuttler&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De aanwezigheid van barsten en breuken in tanden kan problemen geven bij het stellen van een diagnose, bij het voorspellen van de prognose en bij het doen van aanbevelingen voor de behandeling. Heeft een tand geen restauratie van enige betekenis of cariës, is de pulpa avitaal en zijn er geen tekenen van luxatieletsel, dan wordt deze necrose waarschijnlijk veroorzaakt door een belangrijke longitudinale barst die zich van het occlusale vlak tot in de pulpa uitstrekt. Een dergelijk klinisch beeld wordt aangeduid met de term &#8216;breuknecrose&#8217;.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Een oproep aan alle docenten esthetisch restauratieve tandheelkunde</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ab6.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ab6</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>J.R. Greenberg</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;J.R. Greenberg&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Conservatief is afkomstig van het Latijnse woord conservare en betekent bewaren of behouden. Wanneer patiënten een beslissing moeten nemen over een voorgenomen behandeling kunnen ze beïnvloed worden wanneer zij denken dat een voorgestelde behandeling &#8216;conservatief&#8217; is. &#8216;De behandeling is volledig reversibel&#8217; is ook een aantrekkelijke uitnodiging tot beïnvloeding. Reversibel betekent volgens de Wiktionary (24 november 2009) iets dat in staat is om naar de originele staat terug te keren. Hoeveel van de behandelingen die we tegenwoordig in de esthetische tandheelkunde uitvoeren zijn nu werkelijk reversibel? Geen enkele? Hoeveel van deze behandelingen zijn er nu werkelijk conservatief? Lloyd Miller leerde me in 1996 dat klinische tandheelkunde om de gezondheid, functie en duurzaamheid van een gebit gaat. &#8216;Esthetiek is belangrijk,&#8217; zo zei hij, &#8216;maar is altijd ondergeschikt aan ons primaire doel.&#8217;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Klinische resultaten van vitale bleektechnieken</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ab7.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ab7</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>J. Bernardon</name></bsl:author><bsl:author><name>N. Sartori</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Ballarin</name></bsl:author><bsl:author><name>J. Pardigão</name></bsl:author><bsl:author><name>G. Lopes</name></bsl:author><bsl:author><name>L. Baratieri</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;J. Bernardon, N. Sartori, A. Ballarin, J. Pardigão, G. Lopes, L. Baratieri&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Van de combinatie van bleken in de praktijk en thuis bleken werd gezegd dat het het bleekeffect zou kunnen versterken en de kleurvastheid zou verbeteren. Veel tandartsen bleken in de praktijk aangevuld met thuis bleken. Er wordt tijdens een eerste sessie in de praktijk gebleekt met 35% waterstofperoxide (HP) om te zorgen voor een eerste &#8216;vliegende start&#8217; van het bleekeffect. Daarna krijgt de patiënt een thuisbleekmiddel, meestal carbamideperoxide (CP) in een op maat gemaakte lepel en deze wordt gebruikt totdat de gewenste kleur is verkregen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Abfractie(s) en aanhechtingsverlies bij elementen met premature contacten in centrische relatie: klinische waarnemingen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4aba.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4aba</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>E. Reyes</name></bsl:author><bsl:author><name>C. Hildebolt</name></bsl:author><bsl:author><name>E. Langenwalter</name></bsl:author><bsl:author><name>D. Miley</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;E. Reyes, C. Hildebolt, E. Langenwalter, D. Miley&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Agressieve parodontitis bij kinderen: een follow-up gedurende 14-19 jaar</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4abb.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4abb</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>S.T. Mros</name></bsl:author><bsl:author><name>T. Berglundh</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;S.T. Mros, T. Berglundh&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Agressieve parodontitis is een zeldzame ziekte met een prevalentie tussen 0,1 en 0,5%. De aandoening wordt gekenmerkt door een snel aanhechtings- en botverlies bij de melktanden en de blijvende gebitselementen bij doorgaans jonge personen zonder aanleiding in de medische voorgeschiedenis. De term &#8216;agressief&#8217; wordt in deze context meer gebruikt om de vroege aanvang en de snelle progressie van de ziekte aan te geven dan vanwege de specifieke histopathologische kenmerken van het gingivaal letsel. In een literatuuroverzicht over de adaptieve reactie van de gastheer op parodontitis concludeerden Berglundh en Donati dat de samenstelling van cellen bij chronische en agressieve vormen van parodontitis vergelijkbaar is. Desondanks behoren personen met agressieve parodontitis vanwege de klinische kenmerken tot de groep individuen met een unieke vatbaarheid voor parodontitis.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Dentine-glazuurhechting</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4abc.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4abc</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>J. Pertigão</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;J. Pertigão&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Er zijn verschillende soorten dentine-glazuuradhesieven beschikbaar en ik weet niet welke ik in de praktijk moet gebruiken. Kunt u de verschillende categorieën van op kunsthars gebaseerde adhesieven voor mij ordenen?&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Evaluatie van de druk van approximale contactpunten bij klasse II composietrestauraties</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4abf.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4abf</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>M.H. Saber</name></bsl:author><bsl:author><name>B.A.C. Loomans</name></bsl:author><bsl:author><name>A. El Zohairy</name></bsl:author><bsl:author><name>C.E. Dorfer</name></bsl:author><bsl:author><name>W. El-Badrawy</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;M.H. Saber, B.A.C. Loomans, A. El Zohairy, C.E. Dorfer, W. El-Badrawy&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Bij een klasse II composietrestauratie is het, zelfs voor de meest ervaren clinici, een van de grootste uitdagingen een stevig approximaal contactpunt te creëren en een anatomisch juiste contour te verkrijgen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Versterken van een model composietrestauratie door middel van vormoptimalisatie: een numerieke en experimentele studie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ac4.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ac4</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>H. Li</name></bsl:author><bsl:author><name>X. Yun</name></bsl:author><bsl:author><name>J. Li</name></bsl:author><bsl:author><name>L. Shi</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Fok</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Madden</name></bsl:author><bsl:author><name>J. Labuz</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;H. Li, X. Yun, J. Li, L. Shi, A. Fok, M. Madden, J. Labuz&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Secundaire cariës is cariës die ontstaat onder de gedegradeerde randen van een bestaande dentale restauratie. Recente klinische studies laten zien dat secundaire cariës de meest voorkomende oorzaak is van het mislukken en vervangen van restauraties, gevolgd door fracturering van het element. Voor dentale restauraties is het belangrijk de integriteit van het tandrestauratiecontact in optimale conditie te houden om een goede overleving te garanderen. Er is veel onderzoek gedaan naar de factoren die leiden tot het mislukken van marginale hechting bij dentale restauraties. Hieronder valt ook de tand-restauratie contacstress die wordt veroorzaakt door krimp van het dentale composiet tijdens de uitharding. Tevens zorgen de occlusale krachten tijdens het kauwen voor een belasting van het marginale hechtoppervlak van de composiethechting; hierdoor treedt de-bonding op.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Veroorzaakt een gering-krimpend composiet minder spanning in het adhesieve grensvlak?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ac7.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ac7</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>A. van Ende</name></bsl:author><bsl:author><name>J. de Munck</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Mine</name></bsl:author><bsl:author><name>P. Lambrechts</name></bsl:author><bsl:author><name>B. van Meerbeek</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;A. van Ende, J. de Munck, A. Mine, P. Lambrechts, B. van Meerbeek&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Het merendeel van de composieten die worden toegepast in de restauratieve tandheelkunde hebben hun gemeenschappelijke basis in de degelijke uitharding van methacrylaten. Door de conversie van monomeermoleculen in een polymeernetwerk worden de vanderwaalsruimten vervangen door kortere covalente bindingen. Dit veroorzaakt een aanzienlijke krimp van het composiet, voornamelijk vanwege het dichter opeenpakken van de moleculen. Deze krimp is klinisch ongewenst, omdat deze spanning veroorzaakt in het kwetsbare grensvlak. De grootte van de resulterende spanning hangt in de eerste plaats af van de vormgeving van de caviteit, de elasticiteitsmodulus van het composiet en de conversiesnelheid van de uitharding. Klinisch kunnen de effecten van de uithardingskrimpspanning worden geminimaliseerd door technieken als laagsgewijs vullen en in delen uitharden, maar geen van deze technieken kan de spanning volledig wegnemen. Natuurlijk is de meest zekere manier om krimpspanning te vermijden het gebruik van niet-krimpende composieten.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Optimalisering van de laatste spoeling; de invloed van verschillende bewegingsprotocollen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ac8.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ac8</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>R. Paragliola</name></bsl:author><bsl:author><name>V. Franco</name></bsl:author><bsl:author><name>C. Fabiani</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Mazzoni</name></bsl:author><bsl:author><name>F. Nato</name></bsl:author><bsl:author><name>F.R. Tay</name></bsl:author><bsl:author><name>L. Breschi</name></bsl:author><bsl:author><name>S. Grandini</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;R. Paragliola, V. Franco, C. Fabiani, A. Mazzoni, F. Nato, F.R. Tay, L. Breschi, S. Grandini&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Dit onderzoek bekeek het effect van verschillende protocollen voor beweging van wortelkanaalirrigantia op de penetratie van een endodontisch irrigatiemiddel in de dentinetubuli.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Klassieke endodontische behandelmethoden versus moderne methodieken; vergelijking van behandelresultaten</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ac9.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ac9</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>C. Fleming</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Litaker</name></bsl:author><bsl:author><name>L. Alley</name></bsl:author><bsl:author><name>P. Eleazer</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;C. Fleming, M. Litaker, L. Alley, P. Eleazer&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De afgelopen tijd is er vooruitgang geboekt op het gebied van de endodontologie. Het ontbreekt echter aan onderzoeken naar de overleving van endodontisch behandelde elementen. Dit onderzoek vergelijkt de overlevingsratio van elementen waarbij gebruik werd gemaakt van klassieke endodontische technieken (instrumentatie met roestvrijstalen handvijlen, alternerend irrigeren met 5,25% NaOCl en 3% H2O2, behandelingen die meestal in meerdere zittingen worden uitgevoerd, enzovoort) met modernere methoden (instrumentatie met handvijlen en roterende nikkel-titaniumvijlen, behandelingen meestal in één zitting uitgevoerd, NaOCl, EDTA, chloorhexidine, H2O2-irrigatie, toepassing van verticale of horizontale condensatie bij het aanbrengen van de wortelkanaalvulling, gebruik van een behandelmicroscoop, elektronische lengtebepaling, enzovoort).&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Effect van drie wortelkanaalvulmaterialen op de hechtsterkte van een vezelversterkte wortelstift</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4aca.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4aca</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>E.O. Demiryüruk</name></bsl:author><bsl:author><name>S. Külünk</name></bsl:author><bsl:author><name>G. Yüksel</name></bsl:author><bsl:author><name>D. Sarac</name></bsl:author><bsl:author><name>B. Bulucu</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;E.O. Demiryüruk, S. Külünk, G. Yüksel, D. Sarac, B. Bulucu&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Dit onderzoek evalueerde het effect van drie verschillende wortelkanaalvulmaterialen op de hechtsterkte van een vezelversterkte wortelstift bevestigd met een adhesief cement.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Voordelen van een tweestaps bevestigingsprocedure voor vezelversterkte confectieopbouwstiften</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ad7.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ad7</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>L. Jongsma</name></bsl:author><bsl:author><name>P. Bolhuis</name></bsl:author><bsl:author><name>P. Pallav</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Feilzer</name></bsl:author><bsl:author><name>C. Kleverlaan</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;L. Jongsma, P. Bolhuis, P. Pallav, A. Feilzer, C. Kleverlaan&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De laatste jaren maakt de tandheelkundige professie steeds vaker gebruik van vezelversterkte opbouwstiften om endodontisch behandelde gebitselementen te restaureren. Vezelversterkte stiften hebben een aantal voordelen ten opzichte van metalen opbouwstiften. De elasticiteitsmodulus van vezelversterkte stiften ligt dichter bij die van dentine, waardoor de grote krachten die door stijvere stiften worden overgebracht, kunnen worden voorkomen. Uiteindelijk kan dit de kans op wortelbreuk verminderen. De stiften hebben grote breukvastheid, kunnen door middel van de bis-GMA-bondingtechniek worden gehecht aan tandoppervlakken en bieden tal van esthetische en praktische voordelen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Verdeling en uniformiteit van de straling van composietbelichtingslampen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ae2.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ae2</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>R.B.T. Price</name></bsl:author><bsl:author><name>F. A. Rueggeberg</name></bsl:author><bsl:author><name>D. Labrie</name></bsl:author><bsl:author><name>C.M. Felix</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;R.B.T. Price, F. A. Rueggeberg, D. Labrie, C.M. Felix&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;In de handel verkrijgbare lichtstraalanalyseapparaten kunnen aan de hand van een stukje van de lichtstraal een nauwkeurige evaluatie maken van de verdeling van de lichtkracht in een lichtstraal. Met behulp van software wordt vervolgens een gemiddelde lichtkracht berekend binnen een bepaald gebied van de lichtstraal. Deze waarde wordt de &#8216;Top Hat Factor&#8217; (THF) genoemd en geeft een indicatie van de gelijkmatige verdeling van de lichtkracht in een lichtstraal. Als de totaal gemeten kracht wordt toegepast op een gebied met een bekende lichtverdeling, kan de lichtkracht die ontvangen wordt door iedere pixel in de diode van de detector geconverteerd worden in stralingsunits en kan de software een grafische voorstelling maken van de stralingsverdeling. Als alle pixels identieke lichtkrachtniveaus aangeven, zijn alle waarden over het hele oppervlak gelijk en wordt een eenheidswaarde aan het beeld toegekend (de THF = 1). De 3D-weergave van deze relatie voor een ronde lichtstraal krijgt derhalve de vorm van een &#8216;bolhoed&#8217;; plat aan de perifere rand waar geen licht valt en cilindrisch waar de straal licht uitzendt. THF-waarden lager dan de eenheidswaarde duiden op een relatief niet-gelijkmatige verdeling van het licht over het oppervlak.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Microtrekhechtsterkte en grensvlakkarakteristiek van elf moderne adhesieven, gehecht aan beslepen dentine</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ae5.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ae5</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>M. Sarr</name></bsl:author><bsl:author><name>A.W. Kane</name></bsl:author><bsl:author><name>J. Vreven</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Mine</name></bsl:author><bsl:author><name>K.L. Van Landuyt</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Peumans</name></bsl:author><bsl:author><name>P. Lambrechts</name></bsl:author><bsl:author><name>B. van Meerbeek</name></bsl:author><bsl:author><name>J. De Munck</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;M. Sarr, A.W. Kane, J. Vreven, A. Mine, K.L. Van Landuyt, M. Peumans, P. Lambrechts, B. van Meerbeek, J. De Munck&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Aangezien de adhesieve technologie zich op de tandheelkundige markt snel ontwikkelt, worden commerciële samenstellingen van adhesieven vaak vervangen. Het resultaat is dat vele adhesieven die tegenwoordig voorhanden zijn niet in onafhankelijk klinisch onderzoek gevalideerd zijn voor hun gebruik. Derhalve blijven laboratoriumtests onmisbaar om te voorzien in gegevens die de klinische effectiviteit in zekere zin voorspellen. Een direct verband tussen laboratorium- en klinisch onderzoek is tot nog toe niet aangetoond. Toch is er een duidelijke trend dat adhesieven die herhaaldelijk en reproduceerbaar grote hechtsterkten laten zien en bestand lijken tegen diverse vormen van &#8216;veroudering&#8217;, ook een grote mate van retentie laten zien in klinische klasse-V-onderzoeken. Momenteel is de beste screeningstest een combinatie van kwantitatieve metingen van de hechteffectiviteit en kennis betreffende de grensvlakinteractie van nieuwe adhesieven. Daarom bepaalde het onderhavige onderzoek zowel mechanisch als ultramorfologisch de waarde van verschillende aan dentine gehechte adhesieven die in omloop zijn. Een driestaps ets-en-spoel (OptiBond FL) en een tweestaps zelfetsend (Clearfil SE Bond) adhesief, die beide in klinische en laboratoriumonderzoeken herhaaldelijk excellent presteren, dienden als &#8216;gouden standaard&#8217; voor hun klasse. De geteste hypothese luidde dat onlangs uitgebrachte, gemakkelijk-te-gebruiken adhesieven een vergelijkbare hechteffectiviteit aan dentine hebben als de controle gouden standaard meerstaps adhesieven.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Effect van voorverwarming op viscositeit en microhardheid van kunststof composiet</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ae6.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ae6</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>S. Lucey</name></bsl:author><bsl:author><name>C.D. Lynch</name></bsl:author><bsl:author><name>N.J. Ray</name></bsl:author><bsl:author><name>F.M. Burke</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Hannigan</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;S. Lucey, C.D. Lynch, N.J. Ray, F.M. Burke, A. Hannigan&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Het plaatsen van kunststof composietrestauraties in frontelementen, en in het bijzonder in posterieure elementen, is in de afgelopen vijf jaar sterk toegenomen. Dit werd onder andere gestimuleerd door de wens van patiënten, een toegenomen vraag naar minimaal invasieve restauraties en de beschikbaarheid van beter voorspelbare tandheelkundige adhesiefsystemen. De levensduur van belaste composietrestauraties in posterieure elementen is mogelijk zelfs vergelijkbaar met die van amalgaam. Een punt van zorg is echter dat meer viskeuze composieten, zoals hooggevulde verdichte of hybride composieten zich mogelijk niet volledig naar de geprepareerde caviteit vormen. In dergelijke gevallen kunnen holten ontstaan tussen de voltooide composietrestauratie en het onderliggende elementoppervlak en dit kan weer een slechte randaansluiting tot gevolg hebben. De viscositeit van meer viskeuze composietmaterialen kan worden gereduceerd door ze voor te verwarmen voor de plaatsing en de polymerisatie, tot een temperatuur van ongeveer 68 °C. Er kan ook een afname van de viscositeit tussen 20 en 35 °C optreden. Een onverwacht waardevol aspect van deze voorverwarming waren de verbeterde polymerisatieparameters, zoals een grotere reactiesnelheid en mate van conversie. De verwachting is dus dat voorverwarming voorafgaand aan polymerisatie de mechanische eigenschappen van composietmaterialen verbetert, en dit effect werd ook eerder vermeld. Daar komt bij dat er een verband is gemeld tussen de oppervlaktemicrohardheid en de mate van polymerisatie, waardoor deze (bijv. vickershardheid, VHN) geschikt zou kunnen zijn als een eenvoudige controle van de mechanische sterkte. Voorverwarming kan plaatsvinden door de capsules of spuiten met het composiet in een composietverwarmingsschaal of waterbad te plaatsen. Minstens één fabrikant levert al een composietverwarmer speciaal voor dit doel. Het verwarmen van kunststof composiet blijkt ook de filmdikte van sommige conventionele materialen te verminderen, waardoor manipulatie gemakkelijker wordt. Dit resulteert in minder in-vitromicrolekkage. Er is zelfs aangetoond dat de kinetische parameters voor polymerisatie van kunstharsmonomeren zich gedragen volgens de wet van Arrhenius, zodat een relatief lichte temperatuurstijging een grote toename van de reactiesnelheid kan veroorzaken. Recent verschenen verslagen vermelden een toename van de microhardheid van commercieel verkrijgbare kunststof composietmaterialen bij voorverwarming, maar de bijbehorende viscositeitgegevens werden er niet bij vermeld. Een vergelijking van de hardheid van het onder- en bovenoppervlak van schijfvormige monsters, waarbij de lichttip alleen contact maakt met het bovenoppervlak, kan als een indicatie worden gezien voor de uithardingsdiepte. Er is vermeld dat de verhouding tussen onder- en bovenoppervlak groter zou moeten zijn dan 0,8, wil er van voldoende polymerisatie sprake zijn.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Chloorhexidine heeft een stabiliserend effect op het adhesieve grensvlak: een in-vitro-onderzoek van twee jaar</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4ae7.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4ae7</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>L. Breschi</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Mazzoni</name></bsl:author><bsl:author><name>F. Nato</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Carrilho</name></bsl:author><bsl:author><name>E. Visintini</name></bsl:author><bsl:author><name>L. Tjaderhane</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Ruggeri Jr.</name></bsl:author><bsl:author><name>F.R. Tay</name></bsl:author><bsl:author><name>E. De Stafano Dorigo</name></bsl:author><bsl:author><name>D.H. Pashley</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;L. Breschi, A. Mazzoni, F. Nato, M. Carrilho, E. Visintini, L. Tjaderhane, A. Ruggeri Jr., F.R. Tay, E. De Stafano Dorigo, D.H. Pashley&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Ondanks succesvolle directe hechtingstechnieken is de levensduur van het adhesieve grensvlak onvoorspelbaar door de invloed van fysieke (occlusale krachten, expansie- en contractiekrachten gerelateerd aan temperatuurschommelingen) en chemische factoren. De hybride laag die ontstaat door tweestaps ets-en-spoeladhesieven met een hoog percentage hydrofiele monomeren zorgt voor een poreus grensvlak dat zich gedraagt als een permeabele membraan met mogelijk uitwassing van monomeren die niet gereageerd hebben, wateradsorptie, polymeerzwelling en hydrolyse. Daarnaast kan enzymactiviteit zorgen voor degradatie van de blootgelegde type-I-collageen fibrillen op de bodem van de hybride laag door de activiteit van endogene collagenolytische factoren die eerder vastgesteld zijn in de organische matrix van dentine. Deze enzymen behoren tot de familie van de matrixmetalloproteïnasen (MMP&#8217;s) en zijn betrokken bij bindweefselverlies omdat ze bijna alle extracellulaire matrixcomponenten degraderen. Recent is aangetoond dat MMP-2, -3, -8, -9 en -20 in de humane dentinematrix aanwezig zijn.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>De toekomst van de volledige prothese bij gebitsrehabilitaties; een kritisch literatuuronderzoek</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4aec.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4aec</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>G.E. Carlsson</name></bsl:author><bsl:author><name>R. Omar</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;G.E. Carlsson, R. Omar&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Hoewel een volledige prothese niet beschouwd kan worden als een vervanging voor natuurlijke elementen, was en is het nog steeds de aangewezen behandeling voor edentate patiënten. De afgelopen honderd jaar hebben de wetenschap en de kunst van het vervaardigen van een volledige prothese een significante sprong voorwaarts gemaakt. Enkele van de belangrijkste redenen hiervoor zijn de ontwikkeling van klinische materialen en het biologisch onderzoek. In het begin van de vorige eeuw waren het vooral de ontwikkelingen in de wetenschap met betrekking tot tandheelkundige materialen die de vooruitgang stimuleerden, terwijl de afgelopen dertig jaar de ontwikkelingen op het gebied van osseo-integratie een enorme impuls hebben gegeven. Door implantaatondersteunde en/of -gedragen prothesen zijn in vele (partieel) edentate gevallen een uitkomst. Voor de grote meerderheid van de edentate patiënten blijft de volledige prothese echter de enige behandeloptie.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Overzicht van de tandheelkundige opleidingen in de Verenigde Staten met betrekking tot de cementeerprotocollen voor kronen op implantaten</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4aed.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4aed</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>D.Y. Tarica</name></bsl:author><bsl:author><name>V.M. Alvarado</name></bsl:author><bsl:author><name>S.T. Truong</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;D.Y. Tarica, V.M. Alvarado, S.T. Truong&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Direct in een periapicaal geïnfecteerde alveole geplaatste implantaten bij mensen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4af0.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4af0</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>R. Crespi</name></bsl:author><bsl:author><name>P. Capparè</name></bsl:author><bsl:author><name>E. Gherlone</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;R. Crespi, P. Capparè, E. Gherlone&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Invloed van preparatiehoek en cementtype op de hercementatiesterkte van volledig metalen kronen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4af1.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4af1</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>M.F. Ayad</name></bsl:author><bsl:author><name>W.M. Johnston</name></bsl:author><bsl:author><name>S.F. Rosenstiel</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;M.F. Ayad, W.M. Johnston, S.F. Rosenstiel&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Het gebruik van PTFE-plakband bij schroefopeningen bij implantaatgedragen prothesen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4af6.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4af6</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>D.M. Osvaldo</name></bsl:author><bsl:author><name>U.C. Belser</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;D.M. Osvaldo, U.C. Belser&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Dit artikel beschrijft een procedure waarbij polytetrafluorethyleen (PTFE)-plakband wordt gebruikt om de schroefopening bij implantaatgedragen constructies af te sluiten. Het materiaal kan worden gesteriliseerd, is gemakkelijk te verwerken, radiopaak en er is minder vieze geur als het wordt verwijderd. Deze geur houdt primair verband met de implantaatabutmentoppervlakconfiguratie en het ontwerp van de suprastructuur van een bepaald implantaatsysteem. Deze techniek zorgt voor een snelle verwijdering van het vulmateriaal in een enkel stuk. Dit voorkomt een onvoorspelbare en tijdrovende behandeling wanneer het verwijderen van de kroon of het abutment met schroef noodzakelijk is.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Sterkte van met veneers en volledig keramische kronen gerestaureerde incisieven</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4afd.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4afd</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>Y.-H.P. Chun</name></bsl:author><bsl:author><name>C. Raffelt</name></bsl:author><bsl:author><name>H. Pfeiffer</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Bizhang</name></bsl:author><bsl:author><name>G. Saul</name></bsl:author><bsl:author><name>U. Blunck</name></bsl:author><bsl:author><name>J.-F. Roulet</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Y.-H.P. Chun, C. Raffelt, H. Pfeiffer, M. Bizhang, G. Saul, U. Blunck, J.-F. Roulet&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Gehechte keramische veneers kunnen een breuksterkte herstellen tot waarden die vergelijkbaar zijn met die van intacte elementen. Bonding heeft klinisch acceptabele overleving variërend van 64 tot 91% bewezen van anterieure veneers gedurende tien jaar in functie. Volgens klinische onderzoeken wordt de meest voorkomende complicatie van veneers gevormd door fracturen bij 3% van de geplaatste veneers. Net als veneers hebben volledig keramische kronen een vijfjaars klinisch succes van 94,9% zoals is vastgesteld met behulp van de verzamelde data van 2048 kronen, en 98,9% zoals werd vastgesteld in een elfjarig retrospectief onderzoek. De meest voorkomende complicaties bij kronen in het algemeen zijn verlies van de vitaliteit van de pulpa en fractuur van de basisstructuur. Dit zou verband kunnen houden met de expansieve wijze van kroonpreparatie. Wanneer we de hoeveelheid tandmateriaal die verwijderd wordt voor een volledig keramische kroon vergelijken met die voor een veneerpreparatie, zien we dat voor een kroon twee keer zoveel tandmateriaal wordt verwijderd als voor een veneer. Aangezien pulpatrauma is gerelateerd aan de mate van preparatie, zijn er minder pulpacomplicaties te verwachten bij veneerpreparaties dan bij kroonpreparaties. In het belang van het behoud van de vitaliteit van de pulpa en gezond tandweefsel wordt de preparatiemethode van kronen steeds meer gemodificeerd naar minimaal invasieve tandheelkunde.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Fractuurweerstand van wortels voorzien van intraradiculaire stiften van verschillende lengte voor stiftkronen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b00.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b00</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>D. Cecchin</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Farina</name></bsl:author><bsl:author><name>C. Guerreiro</name></bsl:author><bsl:author><name>B. Carlini-Junior</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;D. Cecchin, A. Farina, C. Guerreiro, B. Carlini-Junior&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De hoeveelheid dentine die overblijft na een wortelkanaalbehandeling en na preparatie voor een stiftopbouw, speelt een voorname rol bij het optreden van een wortelfractuur en is van invloed op de levensduur van het gebitselement en de restauratie. Het ruim prepareren van het wortelkanaal voor het aanbrengen van een dikke en/of lange stift kan de weerstand van de wortel tegen breuk verminderen, of de apicale afsluiting van het wortelkanaal verbreken. Redenen om zoveel mogelijk dentine te sparen bij het prepareren van het wortelkanaal. Zoals Shilingburg beschreef, is de intraradiculaire stiftlengte direct gerelateerd aan de retentie van de stift in het wortelkanaal. De lengte van de stift dient overeen te komen met twee derde van de wortellengte of op zijn minst even lang te zijn als de klinische kroon. Het overblijvende coronaire deel dient zodanig te worden geprepareerd dat dit samen met de opbouw wordt omvat door de bedekkende restauratie. Bij het prepareren van het coronaire deel van de wortelstomp dient het &#8216;ferrule&#8217; principe te worden nagestreefd.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>De invloed van het fineerproces op de randaansluiting van zirkonium kroon- en brugwerk</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b03.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b03</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>P. Kohorst</name></bsl:author><bsl:author><name>H. Brinkmann</name></bsl:author><bsl:author><name>M.P. Dittmer</name></bsl:author><bsl:author><name>L. Borchers</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Stiesch</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;P. Kohorst, H. Brinkmann, M.P. Dittmer, L. Borchers, M. Stiesch&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De afgelopen jaren zijn er keramische materialen met goede eigenschappen beschikbaar gekomen voor het vervaardigen van tandheelkundige restauraties met een groot indicatiegebied. Met name het yttragestabiliseerde polykristallijne tetragonale zirkonium, dat voorheen alleen werd gebruikt in technische disciplines, is het afgelopen decennium in opkomst in de tandheelkundige markt. Naast een goede esthetiek hebben deze zirkoniumrestauraties uitstekende biocompatibele eigenschappen, weinig plaqueaccumulatie en bijzondere sterkte-eigenschappen. De grote sterkte van zirkonium (door de omzetting van de tetragonale in een monoklinische structuur) maakt het zelfs mogelijk dat volledig keramische restauraties in de posterieure regio worden toegepast. Yttragestabiliseerd polykristallijn tetragonaal zirkonium wordt normaal gesproken verwerkt in een voorgesinterde poreuze staat met behulp van CAD-CAM-technieken. Voorgesinterd zirkonium is eenvoudig in de juiste vorm te krijgen, maar om maximale sterkte te verkrijgen moet het na het verwerking gesinterd worden en dat gaat gepaard met een krimp van 25-30%.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Gedrag bij breuk van zirkonium substructuren van vaste partiële vervangingen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b08.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b08</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>W. Kou</name></bsl:author><bsl:author><name>G. Sjögren</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;W. Kou, G. Sjögren&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Gedurende enkele decennia is het gebruik van volledig keramische restauraties van uiteenlopende keramische materialen aanmerkelijk toegenomen. Eén type zirkoniumkeramiek dat gebruikt wordt voor de machinale vervaardiging van vaste partiële vervangingen (FDP&#8217;s) is geprefabriceerd hot isostatic pressed (HIPed) yttria-stabilized tetragonal zirconia polycrystal (Y-TZP) basismateriaal. Dat wil zeggen dat het geprefabriceerde basismateriaal onder verhitting isostatisch wordt geperst en de dentale restauraties direct daarna machinaal worden bewerkt tot de gewenste afmeting zonder daaropvolgende sintering.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Zijn nanocomposieten en nano-ionomeren geschikt voor het bevestigen van orthodontische brackets?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b09.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b09</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>T. Uysal</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Yagci</name></bsl:author><bsl:author><name>B. Uysal</name></bsl:author><bsl:author><name>G. Akdogan</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;T. Uysal, A. Yagci, B. Uysal, G. Akdogan&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Onlangs is een nieuw kunststofgemodificeerd glasionomeercement uitgebracht voor gebruik in de restauratieve tandheelkunde. KetacTM N 100 lichthardend nano-ionomeer bevat fluoroaluminiumsilicaatglas, nanovullers gecombineerd met nanogevulde &#8216;clusters&#8217; om de mechanische eigenschappen te verbeteren. De nanovullersbestanddelen verbeteren ook sommige fysische eigenschappen van het uitgeharde restauratiemateriaal. De fabrikant noemt het nieuwe vulcement een &#8216;nano-ionomeer&#8217; omdat de samenstelling is &#8216;gebaseerd op nanovuller-hechttechnologie&#8217;.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Initiële krachten en moment uitgeoefend door uitneembare thermoplastische apparatuur bij de rotatie van een centrale bovenincisief</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b0c.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b0c</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>W. Hahn</name></bsl:author><bsl:author><name>B. Engelke</name></bsl:author><bsl:author><name>K. Jung</name></bsl:author><bsl:author><name>H. Dathe</name></bsl:author><bsl:author><name>J. Fialka-Fricke</name></bsl:author><bsl:author><name>D. Kubein-Meesenburg</name></bsl:author><bsl:author><name>R. Sadat-Khonsari</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;W. Hahn, B. Engelke, K. Jung, H. Dathe, J. Fialka-Fricke, D. Kubein-Meesenburg, R. Sadat-Khonsari&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Het gebruik van thermoplastische apparatuur wordt op de eerste plaats aanbevolen voor lichte malocclusies, en de apparatuur wordt vaak met succes gebruikt voor het uitlijnen van de mandibulaire en maxillaire frontelementen. In deze context moet er vaak een behandeling worden ingezet voor rotaties van elementen. Van deze vorm van behandeling wordt gemeld dat het een van de meest nauwkeurige en zeer voorspelbare elementbewegingen met &#8216;aligners&#8217; (richters) is.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Invloed van primaire en secundaire sluiting van de extractiewond op postoperatieve pijn en zwelling na verwijdering van geïmpacteerde derde molaren. Een vergelijkende &#8216;split-mouth&#8217; studie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b0d.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b0d</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>A. Danda</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Tatiparthi</name></bsl:author><bsl:author><name>V. Narayanen</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Siddareddi</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;A. Danda, M. Tatiparthi, V. Narayanen, A. Siddareddi&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Wie was Andy Gump?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b16.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b16</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>M. Anthony Pogrel</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;M. Anthony Pogrel&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;In oktober 2009 wordt de vijftigste verjaardag van de laatste verschijningsdatum van Andy Gump in de kranten gevierd. Omdat de afwijking die naar hem is genoemd tegenwoordig veel minder vaak voorkomt, dankzij de vooruitgang in de reconstructieve chirurgie (figuur 1), is een aantal generaties van orale en maxillofaciale chirurgen sinds het overlijden van Andy Gump er nauwelijks mee geconfronteerd. De huidige generatie orale en maxillofaciale chirurgen weet dus niet precies wie dat was. Wanneer het hun op de man af gevraagd wordt, zullen sommigen antwoorden dat &#8216;hij een stripfiguur was&#8217;, maar veel meer weten zij niet over hem. Omdat de zogenoemde Andy Gump-afwijking iets is waar we het soms nog steeds over hebben, is het wellicht interessant voor de nieuwe generatie orale en maxillofaciale chirurgen iets meer te weten over het verhaal achter Andy Gump.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Microchirurgische bovenlipreplantatie: een casus</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b1d.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b1d</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>A. Baj</name></bsl:author><bsl:author><name>G. Beltramini</name></bsl:author><bsl:author><name>F. Laganà</name></bsl:author><bsl:author><name>A. Giannì</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;A. Baj, G. Beltramini, F. Laganà, A. Giannì&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Een lipamputatie is zeldzaam en er is een systematische microchirurgische replantatie nodig om een morfologisch functioneel herstel van het getraumatiseerde weefsel te verkrijgen in een enkele operatie. We beschrijven een casus van een avulsie van de rechter hemilip en een labiale filter als gevolg van een hondenbeet. Het geamputeerde deel werd gerevasculariseerd door arteriële microanastomosen, terwijl er geen veneuze anastomose werd uitgevoerd omdat er geen veneuze bloedvaten werden gevonden. Veneuze drainage werd bereikt door postoperatief therapie met bloedzuigers toe te passen tegelijk met anticoagulantia en antibiotica. De esthetische en functionele resultaten waren goed wat betreft vorm, kleur, littekenvorming, het genezen van de lipfunctie én de sensitiviteit.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>In-vitro kleuringseffecten door tinfluoride en natriumfluoride van keramische materialen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b1e.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b1e</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>J.J. Artopoulou</name></bsl:author><bsl:author><name>J.M. Powers</name></bsl:author><bsl:author><name>M.S. Chambers</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;J.J. Artopoulou, J.M. Powers, M.S. Chambers&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Risicofactoren die zijn te verwachten bij beschadiging van de inferieure alveolaire en linguale zenuwen na derdemolaarchirurgie &#8211; nader bestudeerd</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=906502509X/09014f3c802b4b1f.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802b4b1f</id><bsl:isbn>906502509X</bsl:isbn><bsl:date>2010</bsl:date><bsl:author><name>W. Jerjes</name></bsl:author><bsl:author><name>T. Upile</name></bsl:author><bsl:author><name>P. Shah</name></bsl:author><bsl:author><name>F. Nhembe</name></bsl:author><bsl:author><name>D. Gudka</name></bsl:author><bsl:author><name>P. Kafas</name></bsl:author><bsl:author><name>E. McCarthy</name></bsl:author><bsl:author><name>S. Abbas</name></bsl:author><bsl:author><name>S. Patel</name></bsl:author><bsl:author><name>Z. Hamdoon</name></bsl:author><bsl:author><name>J. Abiola</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Vourvachis</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Kalkani</name></bsl:author><bsl:author><name>M. Al-Khawalde</name></bsl:author><bsl:author><name>R. Leeson</name></bsl:author><bsl:author><name>B. Banu</name></bsl:author><bsl:author><name>J. Rob</name></bsl:author><bsl:author><name>M. El-Maaytah</name></bsl:author><bsl:author><name>C. Hopper</name></bsl:author><updated>2011-01-06T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;W. Jerjes, T. Upile, P. Shah, F. Nhembe, D. Gudka, P. Kafas, E. McCarthy, S. Abbas, S. Patel, Z. Hamdoon, J. Abiola, M. Vourvachis, M. Kalkani, M. Al-Khawalde, R. Leeson, B. Banu, J. Rob, M. El-Maaytah, C. Hopper&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry></feed>
