<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns:bsl="http://www.bsl.nl" xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"><logo>http://www.vakbibliotheek.nl/rss/bsl-praktisch-partners.gif</logo><title>Neuropraxis</title><subtitle>Aanvulling 6, 2011</subtitle><id>urn:bsl:1387-5817</id><link rel="self" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/xml/1387-5817.xml"/><link href="http://neuropraxis.bsl.nl" rel="alternate"/><rights>Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten</rights><updated>2011-12-08T01:00:00Z</updated><author><name>Bohn Stafleu van Loghum</name><uri>http://www.bsl.nl</uri></author><entry><title>Woorden vooraf</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/neuropraxis/emailnieuwsbrief.asp?page=1387-5817/09014f3c802ccf5f.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccf5f</id><bsl:issn>1387-5817</bsl:issn><bsl:volume>15</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Vincent Koppelmans</name></bsl:author><bsl:author><name>Bert van Dien</name></bsl:author><updated>2011-12-08T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;img src="http://vb23.bsl.nl/BSL/content/edition/1387-5817/1387-5817.jpg" align="right" hspace="10"/&gt;&lt;b&gt;Vincent Koppelmans, Bert van Dien&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;In dit gevarieerde themanummer, samengesteld door Baudewijntje Kreukels en Vincent Koppelmans vindt u bijdragen die hopelijk voldoen aan het &#8216;voor elk wat wils&#8217;-criterium.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Beeldvormend onderzoek naar de effecten van geslachtshormonen op de hersenen: onderzoek bij transseksuelen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/neuropraxis/emailnieuwsbrief.asp?page=1387-5817/09014f3c802ccf64.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccf64</id><bsl:issn>1387-5817</bsl:issn><bsl:volume>15</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Baudewijntje Kreukels</name></bsl:author><updated>2011-12-08T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Baudewijntje Kreukels&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Mannen en vrouwen verschillen van elkaar en geslachtshormonen spelen daarbij een rol; ze beïnvloeden hersenen en gedrag. De onderzoeker naar de effecten van geslachtshormonen op het brein maakt onderscheid tussen organiserende en activerende effecten. Onder organiserende effecten wordt de invloed van prenatale hormonen op de organisatie van de hersenen verstaan, terwijl de effecten van geslachtshormonen op reeds bestaande hersensystemen activerend worden genoemd. Transseksuelen ervaren een genderidentiteit die niet overeenkomt met hun geboortegeslacht. Organiserende effecten van geslachtshormonen spelen mogelijk een rol bij het ontstaan van deze discrepantie. Met behulp van beeldvormend onderzoek kunnen eventuele determinanten voor de ontwikkeling van transseksualiteit bestudeerd worden. De vraag die daarbij gesteld wordt, is of transseksuelen op verschillende uitkomstmaten meer gelijkenis vertonen met hun geboortegeslacht of met hun wensgeslacht. Daarnaast biedt de behandeling met cross-sex-hormonen de mogelijkheid activerende effecten van geslachtshormonen op het brein te onderzoeken. In dit artikel geef ik een overzicht van recent beeldvormend onderzoek naar de effecten van geslachtshormonen bij transseksuelen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>De rol van de biologische klok en het autonome zenuwstelsel bij wakker worden</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/neuropraxis/emailnieuwsbrief.asp?page=1387-5817/09014f3c802ccf79.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccf79</id><bsl:issn>1387-5817</bsl:issn><bsl:volume>15</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Andries Kalsbeek</name></bsl:author><bsl:author><name>Chun-Xia Yi</name></bsl:author><bsl:author><name>Susanne la Fleur</name></bsl:author><bsl:author><name>Eric Fliers</name></bsl:author><updated>2011-12-08T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Andries Kalsbeek, Chun-Xia Yi, Susanne la Fleur, Eric Fliers&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Wakker worden is een duidelijk voorbeeld van een gebeurtenis waarbij een interne (biologische) klok van groot belang is. In dit artikel bespreken wij een aantal belangrijke neurale mechanismen die de biologische klok gebruikt om te zorgen dat we efficiënt en gecoördineerd wakker worden en opstaan. Eerst laten we zien hoe de biologische klok zijn dagelijkse ritme oplegt aan de hypothalamus-hypofyse-bijnierschors-as, via projecties naar neuro-endocriene en preautonome neuronen in de hypothalamus. Daarna bespreken we hoe de biologische klok het dagelijks ritme in de plasmaspiegels van glucose en melatonine aanstuurt en tevens het dagelijkse ritme in het cardiovasculaire systeem reguleert. Deze processen verlopen grotendeels via projecties naar de sympathische en parasympathische preautonome neuronen in de hypothalamus. Ten slotte laten we zien dat de orexine producerende neuronen in de laterale hypothalamus voor dit proces van wakker worden een belangrijke &#8216;spin in het web&#8217; vormen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Taallateralisatie en handvoorkeur: Is er een verband met prenatale blootstelling aan testosteron?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/neuropraxis/emailnieuwsbrief.asp?page=1387-5817/09014f3c802ccf82.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccf82</id><bsl:issn>1387-5817</bsl:issn><bsl:volume>15</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Jessica Mireille Lust</name></bsl:author><updated>2011-12-08T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Jessica Mireille Lust&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Lateralisatie in het brein (cerebrale lateralisatie) verwijst naar de taakverdeling binnen de hersenen. De hersenen bestaan uit twee hemisferen, waartussen het corpus callosum de voornaamste verbinding vormt. Bij de meeste mensen is het zo dat de mate waarin ieder van de hemisferen betrokken is bij een taak afhankelijk is van de aard van de taak. Zo is de linkerhemisfeer vaak veel meer betrokken bij talige taken (zoals het bedenken van woorden die beginnen met een bepaalde letter) dan de rechterhemisfeer. Fijne motoriek is ook vaak gelateraliseerd naar de linkerhemisfeer, wat zich op gedragsniveau uit als rechtshandigheid. Aan de andere kant is de rechterhemisfeer vaak juist sterker betrokken bij het uitvoeren van visuospatiële taken (zoals het vinden van de weg) dan de linkerhemisfeer. Deze specifieke verdeling van functies wordt een typisch lateralisatiepatroon genoemd. Atypische lateralisatiepatronen, zoals lateralisatie van taal naar de rechterhemisfeer en linkshandigheid, worden gerelateerd aan allerlei stoornissen, zoals dyslexie. De interesse in lateralisatie als onderwerp van onderzoek bestaat mede daardoor al sinds lange tijd.<br xmlns=""/>Vroeger dacht men dat cerebrale lateralisatie specifiek was voor de mens. Hoewel lateralisatie waarschijnlijk wel het sterkst is bij mensen, is lateralisatie inmiddels aangetoond bij alle gewervelde soorten en zelfs bij enkele ongewervelde soorten. Dit suggereert dat lateralisatie een evolutionaire oorsprong heeft. Het is echter nog altijd niet precies bekend hoe het komt dat we een gelateraliseerd brein hebben.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Geslachtshormonen en hersenontwikkeling in de puberteit</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/neuropraxis/emailnieuwsbrief.asp?page=1387-5817/09014f3c802ccf87.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccf87</id><bsl:issn>1387-5817</bsl:issn><bsl:volume>15</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Jiska Peper</name></bsl:author><updated>2011-12-08T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Jiska Peper&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De puberteit is een belangrijke periode gedurende de ontwikkeling die wordt gekenmerkt door een sterke toename in geslachtshormonen. Studies die gebruikmaken van beeldvormingtechnieken, zoals MRI, rapporteren veelvuldig dat de hersenen van gezonde kinderen in de puberteit anatomische veranderingen ondergaan. Het proces van anatomische reorganisatie in de puberteit zou kunnen wijzen op het &#8216;fine-tunen&#8217; van neuronale netwerken. Deze bewering wordt gesterkt door dierexperimenteel onderzoek, waaruit blijkt dat geslachtshormonen een directe invloed hebben op de vertakking van dendrieten (&#8216;grijze stof&#8217;) en de vorming van myeline om axonen (&#8216;witte stof&#8217;). Een belangrijke vraag die nu rijst is in hoeverre puberteitshormonen bijdragen aan hersenontwikkeling bij mensen. Dit artikel bespreekt de mogelijke evidentie voor de rol die geslachtshormonen spelen bij de ontwikkeling van grijze en witte stof. We kunnen concluderen dat individuele verschillen in de modulatie van geslachtshormonen op de organisatie van de hersenen aanknopingspunten geven om typisch gedrag in de puberteit te verklaren, zoals verhoogde gevoeligheid voor beloningen, risicogedrag en cognitieve flexibiliteit.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Effect van tekort en suppletie van groeihormoon en insuline-achtige groeifactor-I op hersenfuncties</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/neuropraxis/emailnieuwsbrief.asp?page=1387-5817/09014f3c802ccf88.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccf88</id><bsl:issn>1387-5817</bsl:issn><bsl:volume>15</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Lucia Arwert</name></bsl:author><bsl:author><name>Jan Berend Deijen</name></bsl:author><updated>2011-12-08T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Lucia Arwert, Jan Berend Deijen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Groeihormoon (GH) is één van de hormonen die worden afgegeven door de hypofysevoorkwab. De secretie van GH staat onder invloed van de afgifte van growth hormone relasing hormone (GHRH) uit de hypothalamus. GH wordt pulsatiel afgegeven door de hypofyse en stimuleert onder andere de lever om insuline like growth factor 1 (insuline-achtige groeifactor-I; IgF-I) te maken, wat weer invloed heeft op de rest van het lichaam (o.a. op de botten, spieren en hersenen). Bij het behandelen en bestuderen van patiënten met een GH-deficiëntie (GHD) is het belangrijk onderscheid te maken tussen GHD ontstaan in de kindertijd (childhood-onset[CO]-GHD) of op latere leeftijd (adult-onset[AO]-GHD). Een ander belangrijk onderscheid is dat tussen geïsoleerde GHD (IGHD) en multiple pituitary hormone deficiency (MPHD). Bij IGHD is er slechts een tekort aan GH-secretie, terwijl bij MPHD naast een tekort aan GH-secretie ook een tekort is aan de secretie van andere hypofysehormonen (ACTH, TSH, gonadotropines).&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Signalement</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/neuropraxis/emailnieuwsbrief.asp?page=1387-5817/09014f3c802ccf89.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccf89</id><bsl:issn>1387-5817</bsl:issn><bsl:volume>15</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Anton Ederveen</name></bsl:author><updated>2011-12-08T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Anton Ederveen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Het gebruik van selectieve serotonineopnameremmers (SSRI&#8217;s) tijdens de zwangerschap gaat gepaard met een twee keer zo grote kans op het krijgen van een autistisch kind. Dit bleek uit een onderzoek bij circa 300 kinderen met Autisme Spectrum Disorder (ASD), en meer dan 1500 controles. Het risico werd vooral gevonden bij kinderen van moeders die SSRI&#8217;s gebruikt hadden als antidepressiva in het eerste trimester van de zwangerschap.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry></feed>
