<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns:bsl="http://www.bsl.nl" xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"><logo>http://www.vakbibliotheek.nl/rss/bsl-praktisch-partners.gif</logo><title>Tijdschrift voor Kindergeneeskunde</title><subtitle>Aanvulling 6, december 2011</subtitle><id>urn:bsl:0376-7442</id><link rel="self" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/xml/0376-7442.xml"/><link href="http://kindergeneeskunde.bsl.nl" rel="alternate"/><rights>Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten</rights><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><author><name>Bohn Stafleu van Loghum</name><uri>http://www.bsl.nl</uri></author><entry><title>Achtergronden van de integratieve kindergeneeskunde</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce333.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce333</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>R.S.V.M. Severijnen</name></bsl:author><bsl:author><name>G.P.J.M. Gerrits</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;img src="http://vb23.bsl.nl/BSL/content/edition/0376-7442/0376-7442.jpg" align="right" hspace="10"/&gt;&lt;b&gt;R.S.V.M. Severijnen, G.P.J.M. Gerrits&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Als een autodealer merkt dat een derde van zijn klanten naar een andere garage gaat voor onderhoud, zal hij zijn best doen uit te vinden waarom dat het geval is. Is het daar goedkoper? Maakt de ander meer reclame? Of verleent hij een betere service? Kortom, hij probeert te ontdekken wat de redenen zijn voor zijn klanten om naar de concurrent te gaan en hij zoekt uit of hij iets kan verbeteren aan zijn eigen beleid, zodat hij zijn klanten beter aan zich kan binden.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Integratieve geneeskunde, een nieuwe zorgvisie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce334.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce334</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>A.M. Vlieger, namens de werkgroep integratieve kindergeneeskunde</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;A.M. Vlieger, namens de werkgroep integratieve kindergeneeskunde&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Integratieve geneeskunde (hierna afgekort tot IM naar de ook in Nederland veel gebezigde Engelse term integrative medicine) is een nieuwe visie op gezondheid en gezondheidszorg, die ontstaan is in Noord-Amerika en zich de laatste jaren heeft ontwikkeld tot een wereldwijde beweging. In dit artikel wordt aangegeven wat IM inhoudt, er wordt ingegaan op de geschiedenis van IM, de positie van IM in de kindergeneeskunde, ook binnen Nederland, en er is aandacht voor veiligheid en effectiviteit. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Kindergeneeskunde en homeopathie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce335.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce335</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>F.C. Kusse</name></bsl:author><bsl:author><name>M.H.L. Sevat</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;F.C. Kusse, M.H.L. Sevat&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De algemeen kinderarts in Nederland zal regelmatig kinderen op het spreekuur zien die ook gebruikmaken van homeopathie. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Klantervaringen met een geïntegreerde reguliere en antroposofische benadering in het Kindertherapeuticum in Zeist</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce336.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce336</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>E.W. Baars</name></bsl:author><bsl:author><name>E. Koster</name></bsl:author><bsl:author><name>E.P. Schoorel</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;E.W. Baars, E. Koster, E.P. Schoorel&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Het Kindertherapeuticum is een tweedelijns jeugdgezondheidscentrum in Zeist dat in 1996 is opgericht. De visie en werkwijze binnen deze instelling worden gekenmerkt door de integratie van de reguliere en antroposofische benadering van diagnostiek en behandeling,1 multidisciplinair werken, veel aandacht voor het unieke van het kind door de inzet van beeldvormende methoden en goed bedrijfsmatig werken. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Wanneer is `een duwtje in de rug' een slimme zet? Osteopathie en andere manuele therapieën bij kinderen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce337.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce337</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>N.M. Weggelaar</name></bsl:author><bsl:author><name>W.A. Schats</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;N.M. Weggelaar, W.A. Schats&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De laatste jaren zijn steeds meer mensen gebruik gaan maken van complementaire geneeswijzen, zowel volwassenen als kinderen. Uit recent onderzoek, verricht op de polikliniek kindergeneeskunde van het Slotervaartziekenhuis te Amsterdam, blijkt dat meer dan 60% van de ouders gebruikmaakt van enige vorm van complementaire geneeswijze voor hun kind. Bij dit onderzoek gaf 13% van de ouders aan gebruik te maken van osteopathie.1 Uit een ander Nederlands onderzoek onder 581 ouders die de kinderarts bezochten, bleek dat 7,5% van de ouders in dat jaar gebruikmaakt van enige vorm van manuele therapie (osteopathie, craniosacrale therapie, chiropraxie).2 In de kindergeneeskunde is de laatste jaren met name de osteopathie in toenemende mate populair. Die wordt vooral gebruikt bij de klacht overmatig huilen, maar ook bij gastro-oesofageale reflux, voorkeurshoudingen en gedragsproblemen. Gezien deze populariteit wilden we kijken of er evidence bestaat voor deze vorm van therapie bij kinderen en in het bijzonder bij de klacht `overmatig huilen', c.q. diagnose huilbaby. In 2009 is in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een casus beschreven waarbij een tevoren gezonde zuigeling overlijdt ten gevolge van behandeling met craniosacrale therapie.3 Deze casus was de aanleiding om tevens een literatuursearch te verrichten naar de veiligheid van osteopathische behandelingen bij kinderen. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Acupunctuur bij kinderen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce338.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce338</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>S.J. Gischler</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;S.J. Gischler&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Acupunctuur is een oude Chinese geneeswijze die al duizenden jaren bestaat. Het precieze moment van ontstaan is onbekend, maar het eerste uitgebreide historische document over de Chinese geneeskunde, de Huang Di Nei Jing, het boek van de gele keizer, is in elk geval terug te voeren tot de 3e eeuw voor Christus. De traditionele Chinese geneeswijze heeft een holistisch uitgangspunt, waarin de mens als eenheid van lichaam en ziel wordt gezien. In het lichaam stromen levensenergieën die qi worden genoemd. Deze qi beweegt voortdurend via vaste banen door het lichaam en zorgt voor groei en ontwikkeling. Deze banen noemen we meridianen. De qi beheert twee tegengestelde energieen, de yin en de yang, die elkaar aanvullen en in evenwicht houden. Yin staat voor rust, koelte en is de relativerende component. Yang is meer de actieve, verwarmende, creatieve component. Wanneer de qi zonder belemmering door de meridianen kan stromen, bewaart het lichaam zijn natuurlijk evenwicht en is in balans. Is dit niet het geval en gaat of yin of yang overheersen dan ontstaan er blokkades en kunnen hieruit ziekten ontstaan. Dit evenwicht kun je herstellen door het stimuleren van acupunctuurpunten. Het lichaam wordt dan aangezet in zijn zelfhelend vermogen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Neurofeedback bij ADHD: een reële behandelingsmogelijkheid</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce339.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce339</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>A.A.M. Haagen</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;A.A.M. Haagen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Neurofeedback, ook bekend als eeg-biofeedback, is een behandelingsmethode waarbij mensen getraind worden om hun eigen hersengolven te reguleren. Reeds kort na de ontdekking in de jaren twintig van de vorige eeuw dat elektrische activiteit van de hersenen aan de oppervlakte van de schedel gemeten kon worden, werd door Hans Berger beschreven dat het eeg bij bepaalde aandachtsniveaus een karakteristiek golfpatroon vertoont.1 Bij gesloten ogen worden vooral hersengolven van 8 tot 12 Hz (alfagolven) gevonden, in slaap hele langzame golven van 1 tot 4 Hz (deltagolven), bij doezelen golven van 4 tot 8 keer per seconde (thètagolven) en bij het actief verwerken van informatie of het uitvoeren van een denktaak veel snelle golven tussen 12 en 32 Hz (bètagolven). Een speciale vorm van bètagolven die alleen boven de motorische gebieden gevonden wordt, heet sensomotorisch ritme (SMR).&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Het gebruik van hypnose in de kindergeneeskunde</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce33a.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce33a</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>S.C. Elkerbout</name></bsl:author><bsl:author><name>A.M. Vlieger</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;S.C. Elkerbout, A.M. Vlieger&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Kinderhypnose verheugt zich in een groeiende belangstelling binnen de kindergeneeskunde in Nederland, onder meer dankzij recent nationaal en internationaal onderzoek.1,2 Dit heeft geleid tot een toename in belangstelling voor het gebruik van hypnotische technieken, vooral voor beïnvloeding van acute pijn en angst tijdens ingrepen alsook voor de behandeling van chronische aandoeningen zoals het prikkelbaredarmsyndroom. Toch zijn er ook nog veel artsen sceptisch over de toepassing van hypnose, mede als gevolg van misconcepties over wat hypnose inhoudt en beoogt te bereiken. Dit artikel tracht te verduidelijken wat hypnose is, gaat in op de werkingswijze en toepassingen van kinderhypnose, en geeft een overzicht van de meest recente onderzoeksresultaten. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>EMDR in de kindergeneeskunde</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce33b.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce33b</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>M.C.C.H. Steeghs</name></bsl:author><bsl:author><name>G.P.J.M. Gerrits</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;M.C.C.H. Steeghs, G.P.J.M. Gerrits&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Eye movement desensitization and reprocessing (EMDR) is een geprotocolleerde, evidence-based behandelprocedure gericht op het desensitiseren van herinneringen aan gebeurtenissen die aanleiding geven tot een psychische klacht of aandoening.1 Aanvankelijk kende deze therapie veel weerstand, door onderzoek is acceptatie een feit, hoewel de bekendheid nog beperkt is. De grondlegster, Francine Shapiro, deed in 1987 haar eerste observaties die later tot de ontwikkeling van de EMDR-methode leidden.2 In korte tijd werd het een wereldwijd veelgebruikte en wetenschappelijk onderzochte methode voor de behandeling van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). In Nederland wordt het sinds 1994 bij volwassenen en sinds 2000 ook bij kinderen toegepast.3 Effectonderzoek bij volwassenen4,5 en bij kinderen6-9 heeft ertoe geleid dat EMDR in (inter)nationale richtlijnen als behandeling van eerste keus van een PTSS genoemd wordt, naast cognitieve gedragstherapie.10,11&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Mindful parenting in de klinische praktijk</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0376-7442/09014f3c802ce33c.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ce33c</id><bsl:issn>0376-7442</bsl:issn><bsl:volume>79</bsl:volume><bsl:issue>6</bsl:issue><bsl:date>december 2011</bsl:date><bsl:author><name>J. Hellemans</name></bsl:author><updated>2011-12-15T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;J. Hellemans&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Marja is een 42-jarige gehuwde vrouw met drie dochters. De middelste, de 12-jarige Isabel, heeft een autistische stoornis. Deze diagnose is een jaar geleden gesteld, en het gezin heeft maar weinig handvatten gekregen hoe met haar om te gaan. Tijdens de ouderbegeleiding hebben ze voorlichting gekregen en ze begrijpen nu de beperkingen van Isabel wel beter. Toch zijn er regelmatig heftige scènes in huis; vooral moeder reageert snel ongeduldig en geprikkeld. Zelf is ze aan het eind van haar Latijn; ze werkt nog maar twee dagen per week. Ze heeft het gevoel gefaald te hebben als moeder.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry></feed>
