<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns:bsl="http://www.bsl.nl" xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"><logo>http://www.vakbibliotheek.nl/rss/bsl-praktisch-partners.gif</logo><title>Kind en Adolescent</title><subtitle>Aanvulling 4, 2011</subtitle><id>urn:bsl:0167-2436</id><link rel="self" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/xml/0167-2436.xml"/><link href="http://kindenadolescent.nl/ka" rel="alternate"/><rights>Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten</rights><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><author><name>Bohn Stafleu van Loghum</name><uri>http://www.bsl.nl</uri></author><entry><title>Ontwikkelingstrajecten van persoonlijkheid in de adolescentie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/ka/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-2436/09014f3c802ccb01.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccb01</id><bsl:issn>0167-2436</bsl:issn><bsl:volume>32</bsl:volume><bsl:issue>4</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Theo A. Klimstra</name></bsl:author><bsl:author><name>William W. Hale III</name></bsl:author><bsl:author><name>Quinten A. W. Raaijmakers</name></bsl:author><bsl:author><name>Susan J. T. Branje</name></bsl:author><bsl:author><name>Wim H. J. Meeus</name></bsl:author><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;img src="http://vb23.bsl.nl/BSL/content/edition/0167-2436/0167-2436.jpg" align="right" hspace="10"/&gt;&lt;b&gt;Theo A. Klimstra, William W. Hale III, Quinten A. W. Raaijmakers, Susan J. T. Branje, Wim H. J. Meeus&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De meest gangbare persoonsgerichte benadering in de persoonlijkheidspsychologie werd geïntroduceerd door Block en Block (1980). Zij onderscheiden drie persoonlijkheidstypes: Veerkrachtigen, Ondercontrollers en Overcontrollers. Deze drie types verschillen in egocontrole en egoveerkracht. Egocontrole verwijst naar de mate van impulscontrole, terwijl egoveerkracht weergeeft in hoeverre een individu in staat is om de mate van egocontrole aan te passen aan de eisen van een situatie. Veerkrachtigen hebben een hoge mate van egoveerkracht en zijn dus goed in staat om hun niveau van egocontrole aan te passen aan de kenmerken van een specifieke situatie. Ondercontrollers en Overcontrollers hebben beiden weinig egoveerkracht, maar waar Ondercontrollers een laag niveau van egocontrole hebben, onderscheiden Overcontrollers zich door een hoog niveau van egocontrole.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Kwaliteit van de broer/zusrelatie en delinquent gedrag bij adolescenten</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/ka/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-2436/09014f3c802ccb05.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccb05</id><bsl:issn>0167-2436</bsl:issn><bsl:volume>32</bsl:volume><bsl:issue>4</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Kirsten L. Buist</name></bsl:author><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Kirsten L. Buist&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De relatie tussen broers en zussen is uniek door de lange duur en emotionele ambivalentie en is daarnaast van invloed op de psychosociale ontwikkeling van kinderen (Noller, 2005). Verscheidene onderzoeken hebben aangetoond dat er overeenkomst is tussen broers/zussen wat betreft delinquent gedrag (Fagan &amp; Najman, 2003; Slomkowski, Rende, Conger, Simons, &amp; Conger, 2001). Naast de invloed van delinquent gedrag van broers/zussen heeft eerder onderzoek ook laten zien dat conflict in de broer/zusrelatie een positief effect heeft op delinquent gedrag en warmte juist een negatief effect (Bank, Burraston, &amp; Snyder, 2004; Boer, 2002), waarbij het effect van warmte sterker lijkt dan dat van conflict (Dunn, Slomkowski, Beardsall, &amp; Rende, 1994). Bovendien hebben veel onderzoekers aangegeven dat er vooral een sterke invloed is van het gedrag van en de relatie met een oudere broer/zus op het gedrag van een jongere broer/zus (Dunn e.a., 1994; Whiteman, McHale, &amp; Crouter, 2007).&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Beter functioneren bij ADHD-problematiek door neurofeedback?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/ka/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-2436/09014f3c802ccb06.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccb06</id><bsl:issn>0167-2436</bsl:issn><bsl:volume>32</bsl:volume><bsl:issue>4</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><bsl:author><name>Marleen Bink</name></bsl:author><bsl:author><name>Ilja Bongers</name></bsl:author><bsl:author><name>Chijs van Nieuwenhuizen</name></bsl:author><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Marleen Bink, Ilja Bongers, Chijs van Nieuwenhuizen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Ontwikkelingsstoornissen worden de laatste decennia steeds meer gezien als een interactief proces tussen hersenen en gedrag (Caylak, 2009; Hyde, Samson, Evans, &amp; Mottron, 2009; Wolosin, Richardson, Hennessey, Denckla, &amp; Mostofsky, 2009). Interventies voor ontwikkelingsstoornissen, zoals aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ofwel attention deficit hyperactivity disorder (adhd)(apa, 2000)), richten zich derhalve ook steeds meer op beide vlakken. Medicatie en gedragsmatige interventies geven aanvankelijk een verbetering van adhd-klachten (mta, 1999). Op lange termijn worden echter geen significante verschillen gevonden tussen verschillende vormen van behandeling (Molina e.a., 2009). Daarbij komt dat na acht jaar de jongeren met adhd, ongeacht de gevolgde interventie, significant vaker waren opgenomen in een psychiatrische instelling en vaker in aanraking waren gekomen met justitie dan een controlegroep zonder adhd (Molina e.a., 2009). Dit maakt dat er naast de huidige medicamenteuze en gedragsmatige behandelingen, behoefte is aan alternatieve interventies die langdurige veranderingen bewerkstelligen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Voorkomen is beter dan genezen, maar werkt vroege preventie nu echt?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/ka/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-2436/09014f3c802ccb07.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccb07</id><bsl:issn>0167-2436</bsl:issn><bsl:volume>32</bsl:volume><bsl:issue>4</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Er zijn ten minste drie redenen om te pleiten voor de vroege preventie van criminaliteit. Ten eerste heeft het onderzoek naar de ontwikkeling van probleemgedrag laten zien dat de tekenen van een chronische gedragsstoornis (die op een latere leeftijd in verband wordt gebracht met criminaliteit) al in de vroege kinderjaren te herkennen zijn (Dishion &amp; Patterson, 2006; Loeber, Farrington, Stouthammer-Loeber, Raskin White, &amp; Wie, 2008). Ten tweede blijkt dat probleemgedrag steeds stabieler is en moeilijker te veranderen valt naarmate de kinderen ouder worden (Bernazzani, Cothe, &amp; Tremblay, 2001). Ten derde, gezien de hoge &#8216;kosten&#8217; van criminaliteit, zijn er natuurlijk ook economische voordelen in het investeren in vroege preventie (Nores, Belfield, Barnett, &amp; Schweinhart, 2005). De vraag is echter: werkt vroege preventie? Is het mogelijk om, door vroeg in te grijpen, de kinderen die het risico lopen om op latere leeftijd crimineel gedrag te vertonen op een ander &#8216;ontwikkelingspad&#8217; te zetten?&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>E-mental health: snelgroeiend, maar effectief?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/ka/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-2436/09014f3c802ccb08.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccb08</id><bsl:issn>0167-2436</bsl:issn><bsl:volume>32</bsl:volume><bsl:issue>4</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">De huidige generatie jongeren maakt steeds meer gebruik van allerlei vormen van sociale media: e-mail, sms, Hyves, Facebook, Twitter. Als behandelaren kunnen we niet achterblijven bij deze snelle en nieuwe ontwikkelingen, maar houden we het ook bij of haken we af? En wat weten we van de effectiviteit?&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Van de Rakt, Marieke G. A. (2011). Two generations of crime: The intergenerational transmission of criminal convictions over the life course. (Dissertatie.) Radboud Universiteit Nijmegen. ISBN 978 90 9025767 9, 206 p.</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/ka/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-2436/09014f3c802ccb09.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccb09</id><bsl:issn>0167-2436</bsl:issn><bsl:volume>32</bsl:volume><bsl:issue>4</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">De vraag die Marieke van de Rakt in haar proefschrift wil beantwoorden is: Leidt het criminele gedrag van vaders tot crimineel gedrag van hun kinderen en hoe kan dit verklaard worden? Anders gezegd heeft ze onderzocht of de appel niet ver van de spreekwoordelijke boom valt.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Bolier, L. Haverman, M. &amp; Walburg, J. A. Mental Fitness. Verbeter je Mentale Conditie. Amsterdam: Boom. ISBN 978 94 6105 153 0, 175 p., &#8364; 19,50.</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/ka/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-2436/09014f3c802ccb0a.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccb0a</id><bsl:issn>0167-2436</bsl:issn><bsl:volume>32</bsl:volume><bsl:issue>4</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&#8216;Het leven is zoals je het ziet &#8211; Voor de os een last en voor de nachtegaal een lied&#8217;, schreef Jules de Corte in 1956. Een populaire voorloper van constructionele en cognitieve gedragstherapie. Maar vooral een benadering van het leven vanuit gezondheid! Die zullen wij als werkers in de geestelijke volksgezondheid en het onderwijs de komende jaren hard nodig hebben. Bezuinigingen zullen niet te vermijden zijn om een leefbare wereld voor onze kinderen, kleinkinderen en toekomstige generaties te waarborgen. Maar nu de botte bijl in de budgetten gaat, valt op dat in de sector die de talenten voor de toekomst zou moeten stimuleren, het onderwijs, niet echt wordt geïnvesteerd. Ook de demarginalisering en bagatellisering van de gezondheidszorg baart zorgen. Toen de eigen bijdrage uitsluitend voor psychiatrische patiënten afgeroepen werd, was er grote verontwaardiging over deze vorm van discriminatie vanuit de sector, de knmg en de Orde van Medisch Specialisten, maar daar buiten bleef het erg stil. Van de kinderen ervaart 25% psychische problemen ergens in hun ontwikkeling en 60% van het arbeidsverzuim wordt veroorzaakt door psychische problemen! Kortom een problematiek waar we niet omheen kunnen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Ontvangen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/ka/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-2436/09014f3c802ccb0b.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802ccb0b</id><bsl:issn>0167-2436</bsl:issn><bsl:volume>32</bsl:volume><bsl:issue>4</bsl:issue><bsl:date>2011</bsl:date><updated>2011-11-29T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Kok, J. F. W. (2011) Opvoeden als beroep. Professioneel werken in zorg en onderwijs. Amsterdam: Boom Lemma. isbn 978 90 59316720, 250 p., &#8364; 29,50.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry></feed>
