<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns:bsl="http://www.bsl.nl" xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"><logo>http://www.vakbibliotheek.nl/rss/bsl-praktisch-partners.gif</logo><title>Directieve therapie</title><subtitle>Aanvulling 2, juni 2011</subtitle><id>urn:bsl:0167-238x</id><link rel="self" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/xml/0167-238x.xml"/><link href="http://dth.bsl.nl" rel="alternate"/><rights>Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten</rights><updated>2011-07-18T01:00:00Z</updated><author><name>Bohn Stafleu van Loghum</name><uri>http://www.bsl.nl</uri></author><entry><title>Ten geleide</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/dth/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-238x/09014f3c802bc220.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802bc220</id><bsl:issn>0167-238x</bsl:issn><bsl:volume>31</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>juni 2011</bsl:date><bsl:author><name>Alfred Lange</name></bsl:author><updated>2011-07-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;img src="http://vb23.bsl.nl/BSL/content/edition/0167-238x/0167-238x.jpg" align="right" hspace="10"/&gt;&lt;b&gt;Alfred Lange&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Welkom bij het tweede nummer van het jaar. We beginnen met een onderwerp dat tegenwoordig populair is. Kim Melchior en Colin van der Heiden schrijven over metacognitieve verschijnselen en metacognitieve therapie bij de gegeneraliseerde angststoornis. De tweede auteur is hierop onlangs gepromoveerd. Onze felicitaties herhalen wij hier graag. Met de kern van het artikel kunnen wij het zonder meer eens zijn. Je moet in de behandeling niet alleen aandacht schenken aan de inhoud van het piekeren, maar ook aan de opvattingen over het piekeren. Maar bij de formulering van de theoretische achtergrond houden wij bedenkingen. Het piekeren zou volgens de auteurs bekrachtigd worden als je na piekeren successen boekt. Als je slaagt voor een examen denk je: &#8216;ah dat komt door mijn piekeren, goed zo&#8217;. Maar als je nou zakt? Of als er niets gebeurt, je slaapt alleen maar slecht, je wordt moe, je voelt je rottig. In al die gevallen is het piekeren zelfs volgens de uitleg van de auteurs bepaald niet bekrachtigend te noemen. Of zouden de echte piekeraars dan alleen maar denken: ik heb niet genoeg gepiekerd. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Metacognitieve therapie voor gegeneraliseerde angststoornis &#8722; De stand van zaken</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/dth/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-238x/09014f3c802bc224.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802bc224</id><bsl:issn>0167-238x</bsl:issn><bsl:volume>31</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>juni 2011</bsl:date><bsl:author><name>Kim Melchior</name></bsl:author><bsl:author><name>Colin van der Heiden</name></bsl:author><updated>2011-07-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Kim Melchior, Colin van der Heiden&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De gegeneraliseerde angststoornis wordt gekenmerkt door buitensporige angst en onbeheersbare bezorgdheid over verschillende onderwerpen gedurende minstens een halfjaar (APA, 2000). In de behandeling van de gegeneraliseerde angststoornis is cognitieve gedragstherapie (CGT) de behandeling van eerste keus (LSMR, 2003). Anders dan bij andere angststoornissen zijn de effecten van cognitieve gedragstherapie bij GAS echter matig (Craske, 1999; Elgersma &amp; Arntz, 1999; Fisher, 2006). Een mogelijke verklaring zou het ontbreken van een stoornisspecifiek model voor GAS kunnen zijn (Wells, 1995). Om die reden zijn er de afgelopen jaren meerdere specifieke theoretische modellen voor de gegeneraliseerde angststoornis ontwikkeld met daarop gebaseerde behandelprotocollen in het cognitief gedragstherapeutische domein. Een van deze modellen is het metacognitieve model voor de gegeneraliseerde angststoornis van Wells (1995; 1997). Uitgangspunt hierbij is dat een verklarend model voor GAS zich niet zozeer moet richten op het piekeren zelf, maar op de in stand houdende factoren ervan. De op dit model gebaseerde behandeling, metacognitieve therapie, is in enkele onderzoeken werkzaam gebleken (Van der Heiden, Muris, &amp; Van der Molen, ter publicatie aangeboden; Wells &amp; King, 2006; Wells e.a., 2010). In dit artikel zal eerst worden ingegaan op het metacognitieve model en metacognitieve therapie. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de resultaten van onderzoeken naar de effectiviteit van deze behandeling, inclusief de voorlopige resultaten van recent afgerond en nog niet gepubliceerd onderzoek.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Als ik nee zeg, voel ik me niet meer schuldig &#8211; schemagerichte assertiviteitstraining </title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/dth/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-238x/09014f3c802bc225.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802bc225</id><bsl:issn>0167-238x</bsl:issn><bsl:volume>31</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>juni 2011</bsl:date><bsl:author><name>Hendrik Van Eeghem</name></bsl:author><updated>2011-07-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Hendrik Van Eeghem&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Assertiviteit betekent eigenlijk vrijheid: vrijheid om je rechtmatige plaats in het sociale verkeer in te nemen zonder geplaagd te worden door angst- of schuldgevoelens. Het aanleren van verschillende complexe sociale vaardigheden door middel van assertiviteitstraining wordt in de psychologie reeds tientallen jaren als de aangewezen weg naar deze vrijheid beschouwd.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Protocollaire behandeling van patiënten met een motorische conversiestoornis: hypnose en katalepsie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/dth/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-238x/09014f3c802bc226.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802bc226</id><bsl:issn>0167-238x</bsl:issn><bsl:volume>31</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>juni 2011</bsl:date><bsl:author><name>Rianne de Kleine</name></bsl:author><bsl:author><name>Kees Hoogduin</name></bsl:author><bsl:author><name>Agnes van Minnen</name></bsl:author><updated>2011-07-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Rianne de Kleine, Kees Hoogduin, Agnes van Minnen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De conversiestoornis is een psychische stoornis die wordt gekenmerkt door verstoringen van de motorische of sensorische functies. De meest voorkomende conversiesymptomen zijn motorische symptomen (verlamming, tremoren, ongecontroleerde bewegingen), verlies van sensorische functies (blindheid, gevoelloosheid of doofheid) en pseudo-epileptische aanvallen. Hoewel deze klachten een neurologische of organische oorzaak doen vermoeden, ontbreekt er een adequate medische verklaring (APA, 2000). In de meeste gevallen ontstaan of verergeren de klachten in perioden van stress, wat suggereert dat psychologische processen een rol spelen. In overeenstemming hiermee werd door Roelofs, Spinhoven, Sandijck, Moene en Hoogduin (2005) een relatie gevonden tussen recente stressvolle levensgebeurtenissen en de ernst van conversiesymptomen. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Praktische vergelijking van uitkomstinstrumenten in de geestelijke gezondheidszorg </title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/dth/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-238x/09014f3c802bc227.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802bc227</id><bsl:issn>0167-238x</bsl:issn><bsl:volume>31</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>juni 2011</bsl:date><bsl:author><name>Rosa Schoen</name></bsl:author><bsl:author><name>Jan Derksen</name></bsl:author><updated>2011-07-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Rosa Schoen, Jan Derksen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Ondanks het grote aanbod van uitkomstinstrumenten is er een gebrek aan studies waar zowel een overzicht van als een vergelijking tussen deze instrumenten wordt gemaakt. Dit leidt ertoe dat de afweging en keuze voor een instrument in de praktijk bemoeilijkt wordt. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Exposure en responspreventie bij tics: Van Renterghem legt uit</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www2.bsl.nl/dth/emailnieuwsbrief.asp?page=0167-238x/09014f3c802bc228.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802bc228</id><bsl:issn>0167-238x</bsl:issn><bsl:volume>31</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>juni 2011</bsl:date><bsl:author><name>Kees Hoogduin</name></bsl:author><updated>2011-07-18T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Kees Hoogduin&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Verdellen, Keijsers, Cath en Hoogduin publiceerden in 2004 de resultaten van hun onderzoek naar de effecten van psychologische interventies bij de behandeling van tics en het syndroom van Gilles de la Tourette. Ze vergeleken daartoe twee strategieën: habit reversal volgens Azrin (Azrin &amp; Nunn, 1973) en exposure en responspreventie (Hoogduin, Verdellen, &amp; Cath, 1997; Verdellen, Hoogduin, &amp; Plandsoen, 1994).&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry></feed>
