<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns:bsl="http://www.bsl.nl" xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"><logo>http://www.vakbibliotheek.nl/rss/bsl-praktisch-partners.gif</logo><title>Tijdschrift voor Psychotherapie</title><subtitle>Aanvulling 1, 2012</subtitle><id>urn:bsl:0165-1188</id><link rel="self" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/xml/0165-1188.xml"/><link href="http://psychotherapie.bsl.nl" rel="alternate"/><rights>Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten</rights><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><author><name>Bohn Stafleu van Loghum</name><uri>http://www.bsl.nl</uri></author><entry><title>Inleiding</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11b2.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11b2</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Sjoerd Colijn</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;img src="http://vb23.bsl.nl/BSL/content/edition/0165-1188/0165-1188.jpg" align="right" hspace="10"/&gt;&lt;b&gt;Sjoerd Colijn&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De Dag van de Psychotherapie van december 2011 was gewijd aan de persoon van de therapeut. Eén aspect was het benutten van de feedback van de cliënt om een betere therapeut voor hem of haar te kunnen zijn. De belangrijke rode draad was de balans tussen empathie en investering in de therapeutische relatie enerzijds, en zelfzorg anderzijds. In de artikelen in dit eerste nummer van 2012 is dit zoeken naar balans overal aanwezig, maar het belangrijkste therapeutkenmerk dat deze artikelen verbindt, is de betrokkenheid bij de cliënt en het streven de behandeling van de uiterst complexe problematiek van sommige patiënten te verbeteren en te vernieuwen. Drie betrokken therapeuten zetten hun tanden in moeilijke behandelingen en trekken alle registers open om die te verbeteren, vaak tegen de scepsis van hun collega&#8217;s in.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Mentaliseren als kompas voor het team in een klinische behandelsetting</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11b3.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11b3</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Myriam Van Gael</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Myriam Van Gael&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Nog niet zo lang geleden overheerste de overtuiging dat langdurige klinische Wanneer ik hier spreek over klinische behandeling, dan bedoel ik daarmee zowel residentiële als dagbehandelvormen. behandeling van mensen met ernstige persoonlijkheidspathologie meer gevaren met zich meebrengt dan mogelijkheden biedt. Velen adviseerden daarom met klem om dergelijke patiënten ambulant te behandelen en om een klinische opname, wanneer deze niet te vermijden is, zo kort mogelijk te houden. Een voorbeeld: in &#8216;Behandelingsstrategieën bij de borderline persoonlijkheidsstoornis&#8217; probeerden Van Tilburg, Van den Brink en Arntz (1998) de beschikbare kennis te bundelen over de diagnostiek en behandeling van deze patiëntengroep. Zij schreven toen nog onomwonden: &#8216;Klinische behandeling moet naar onze mening in het algemeen worden ontraden. Ervaringen met patiënten die met elkaar rivaliseren over de vraag wie van hen het verst durft te gaan met automutileren vormen de belangrijkste reden van deze aanbeveling.&#8217; (p. 100) Meestal werd daarbij gewezen op risico&#8217;s van antitherapeutische regressie en escalerend acting-outgedrag, die gevolg zijn van de onvermijdelijke overstimulatie van het gehechtheidssysteem door de opname in een klinisch milieu en van het overnemen van verantwoordelijkheden van de patiënt. Deze leiden bij deze patiënten soms tot escalerende zelfdestructieve gedragingen die tot doel (kunnen) hebben de hulpverleners te controleren en te dwingen tot steeds grotere nabijheid en zorg, of juist tot meer afstand in een strijd om het behoud van autonomie.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Een bijzondere casus (serie): EMDR-behandeling van vroegkinderlijke trauma&#8217;s bij een cliënte met een eetstoornis</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11b4.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11b4</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Jacqueline Janssen</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Jacqueline Janssen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;O&#8217;Shea hield in 2010 een boeiend betoog over haar aanpak in de behandeling van vroegkinderlijke trauma&#8217;s. Het heeft mij ertoe aangezet om haar model toe te gaan passen in mijn tweedelijnspraktijk. Inmiddels heb ik zo&#8217;n dertig cliënten behandeld en ik wil mijn bevindingen graag met de lezer delen aan de hand van de hieronder beschreven casus, een jonge vrouw die ik met een frequentie van twee sessies per week zag. Het model vindt aansluiting bij diverse theoretische stromingen, zoals de gehechtheidstheorie, recente neurowetenschappelijke inzichten, Mindfulness en Schemagerichte therapie.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Kwetsbaarheid in de forensische psychiatrie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11b5.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11b5</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Anne van den Berg</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Anne van den Berg&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Bij kwetsbaarheid in de forensische psychiatrie wordt vanzelfsprekend eerst gedacht aan patiënten die door een ernstige stoornis of een defect tot het plegen van een delict zijn gekomen, zoals schizofrene patiënten, patiënten met een autistiforme stoornis, met een bipolaire stoornis of met een cluster-A-persoonlijkheidsstoornis. Voor deze patiënten zijn over het algemeen aparte afdelingen in de forensisch-psychiatrische centra (FPC&#8217;s) opgezet met een eigen zorgprogramma, zoals beschreven door het Expertisecentrum voor Forensische Psychiatrie (Van der Weide, 2008). Over deze vorm van psychotische kwetsbaarheid, hoe belangrijk deze ook is, gaat dit artikel niet. Wel zal ik beschrijven hoe in de reguliere forensische psychiatrie de aandacht voor het kwetsbaar makende in de ontwikkeling van een patiënt onderbelicht wordt ten gunste van het criminogene denken en delictgedrag. Op een meer psychologische wijze uitgedrukt, wordt in de behandeling meer nadruk gelegd op de afwerende acties dan op het exploreren en verwerken van de eerder opgedane pijnlijke ervaringen zelf. Zowel de patiënt als de hulpverlener kan in deze afwerende manoeuvres meegaan om maar niet het traumatische karakter van het afgeweerde in de therapie te hoeven ervaren.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Ceterum censeo (column)</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11b6.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11b6</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Kim de Jong</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Kim de Jong&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;In de afgelopen maanden is de grootschalige fraude van hoogleraar Diederik Stapel van de Universiteit Tilburg volop in het nieuws geweest. De fraude kwam aan het licht nadat drie jonge klokkenluiders hun verdenkingen geuit hadden bij de departementsvoorzitter, na maanden van observatie om bewijs te verzamelen voor hun verdenkingen.http://www.tilburguniversity.edu/nl/nieuws-en-agenda/commissie-levelt/interim-rapport.pdf In eerste instantie richtte het onderzoek zich op recente publicaties van Stapel, maar al snel bleek dat men hier te maken had met een van de grootste academische fraudezaken ooit. En dat kwam hard aan, bij het Nederlandse volk, bij Nederlandse wetenschappers, bij sociaal psychologen en niet in de laatste plaats bij Stapel zelf. Hij moest worden opgenomen met psychische klachten. Niet opmerkelijk wanneer een zorgvuldig opgebouwde narcistische façade ineenstort.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Frans de Jonghe, Saskia de Maat, Rien Van, Ariette van Reekum, Nel Draijer, Jolien Zevalkink &amp; Thijs de Wolf (2010). Leidraad langdurige psychoanalytische behandelingen. Antwerpen/Apeldoorn: Garant. 207 pp., &#8364; 24,&#8211;</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11b7.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11b7</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Guy Verbruggen</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Guy Verbruggen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Verschillende gezaghebbende Nederlandse analytische groeperingen (vereniging voor psychoanalyse, psychoanalytisch genootschap, vereniging voor psychoanalytische psychotherapie en psychoanalytisch instituut) hebben onder leiding van Frans de Jonghe samen een leidraad ontworpen. Een lovenswaardig initiatief voor vriend en vijand, zou ik denken. Welke leek weet het onderscheid tussen psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie? Wie kan iets zinnigs zeggen over indicatie, toepassing, effecten van deze behandelvormen?&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Mark Kinet &amp; Ariane Bazan (red.) (2010). Psychoanalyse en neurowetenschap. De geest in de machine. Antwerpen: Garant. 261 pp., &#8364; 29,50</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11b8.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11b8</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Ronny Vandermeeren</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Ronny Vandermeeren&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De relatie tussen psychoanalyse en neurowetenschappen mag voor sommigen een onmogelijke lijken, maar dat was het voor Freud als grondlegger van de psychoanalyse allerminst. Na zijn studie geneeskunde deed hij aanvankelijk vooral biologisch en neurologisch onderzoek. Hij profileerde zich later wel meer als psycholoog, maar bleef tot het einde van zijn leven begaan met het belang van een biologisch fundament voor zijn psychologische theorieën. Freud noch zijn volgers zijn echter actief blijven zoeken naar een dergelijk fundament en trokken consequent de psychologische kaart. De kloof tussen biologie en psychoanalyse bleef toenemen totdat het werk van de neurowetenschapper Kandel (1999) de aanzet gaf tot een hernieuwde toenadering tussen beiden (Zegerius &amp; Waldinger, 2000). Dit resulteerde in 2000 zelfs in de oprichting van de International Neuropsychoanalysis Society. Maar of hiermee ook een nieuwe wetenschap werd geboren is nog maar zeer de vraag. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Jaap van der Stel (2010). De verslavingszorg voorbij. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 242 pp., &#8364; 26,95</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11b9.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11b9</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Ronny Vandermeeren</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Ronny Vandermeeren&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Van der Stel is andragoloog van opleiding en werkzaam als senior onderzoeker en lector binnen de geestelijke gezondheidszorg. Hij schreef dit boek naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van Bouman GGZ, een instelling voor verslavingspsychiatrie. De historische invalshoek drukt duidelijk zijn stempel op dit boek dat doordrenkt is met veel terugblikken op de beginjaren van de Nederlandse verslavingszorg. Voormalige of huidige Bouman-medewerkers zullen het met veel plezier ter hand nemen maar als buitenstaander liet dit boek mij toch wat op mijn honger zitten. Bij gebrek aan een verduidelijkende ondertitel werd ik toch wat misleid. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>F. Schalken/Stichting E-hulp.nl (2010). Handboek online hulpverlening. Hoe onpersoonlijk contact heel persoonlijk wordt. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 270 pp., &#8364; 37,95</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11ba.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11ba</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Moniek Thunnissen</name></bsl:author><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Moniek Thunnissen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Hulpverlening via internet is in opkomst en blijkt effectief: zij is laagdrempelig en patiënten/cliënten met een diversiteit aan problemen, variërend van depressie tot verslaving of suïcideneiging, blijken er baat bij te hebben.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Bijeenkomsten</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://www.vakbibliotheek.nl/updatealert/default.asp?page=0165-1188/09014f3c802d11bb.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d11bb</id><bsl:issn>0165-1188</bsl:issn><bsl:volume>38</bsl:volume><bsl:issue>1</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-01-26T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">17 februari Studiedag 'Quality in treatment'. Thema: Vinger aan de pols in psychotherapie. Monitoring als therapeutische methodiek. Plaats: Provinciehuis, Leuven. Inlichtingen: www.qitonline.be&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry></feed>
