<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<feed xmlns:bsl="http://www.bsl.nl" xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom"><logo>http://www.vakbibliotheek.nl/rss/bsl-praktisch-partners.gif</logo><title>Huisarts en Wetenschap</title><subtitle>Aanvulling 2, 2012</subtitle><id>urn:bsl:0018-7070</id><link rel="self" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/xml/0018-7070.xml"/><link href="http://henw.org" rel="alternate"/><rights>Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten</rights><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><author><name>Bohn Stafleu van Loghum</name><uri>http://www.bsl.nl</uri></author><entry><title>Lezen en gelezen worden</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a09.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a09</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;img src="http://vb23.bsl.nl/BSL/content/edition/0018-7070/0018-7070.jpg" align="right" hspace="10"/&gt;Huisarts en Wetenschap bestaat dankzij u: als lezer, auteur of referent. De bijdragen van huisartsen zijn essentieel. Alleen als u onderzoeksartikelen, beschouwingen, nascholingen en klinische lessen aanbiedt, kunnen wij het blad voor u maken. In 2011 werden er 77 artikelen ingediend waarvan er na beoordeling door referenten en redactiecommissie 43 zijn of worden geplaatst. Door deze bijdragen kan H&amp;W bestaan, ons blad is er voor en door huisartsen. We zien uw bijdragen dan ook graag tegemoet.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Dikke dokters ongeloofwaardig</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a0b.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a0b</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Een paar jaar geleden verwees ik eens een ietwat gezette man naar een diëtiste om af te vallen. Enkele maanden later trof ik hem weer. &#8216;Nou dokter, die diëtiste was geen succes&#8217;, zo begon hij. Bij nadere toelichting bleek dat de diëtiste zelf enorm dik was geweest. Bovendien had ze mijn patiënt onderhouden over het feit dat het er vooral om gaat hoe men zich voelt bij zijn postuur, en wat bleek: zij voelde zich prima. In de ogen van mijn patiënt had ze zichzelf volstrekt ongeloofwaardig gemaakt.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Oog voor depressie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a0c.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a0c</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Lang niet alle depressies worden herkend. Volgens de literatuur stellen huisartsen de diagnose depressie bij minder dan de helft van de patiënten die depressief zijn. Het is nog niet goed bekend of depressieve patiënten die er door de huisarts uitgepikt worden, op den duur beter af zijn dan patiënten bij wie een depressie niet herkend wordt. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Geriaters in ziekenhuizen niet altijd effectief</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a0d.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a0d</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Geriatrische zorg voor opgenomen patiënten in ziekenhuizen is effectief. Het effect is echter klein en het treedt alleen op als patiënten daadwerkelijk op een geriatrische afdeling worden opgenomen. Mobiele geriatrische teams lijken niet effectief.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Eradicatietherapie bij functionele maagklachten</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a0e.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a0e</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Italiaanse onderzoekers concluderen dat eradicatietherapie patiënten met functionele maagklachten helpt. Helaas vermeldt het onderzoek niet of patiënten na de kuur ook minder medicatie (protonpompremmers) nodig hebben.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Welke patiënten ziet de aios?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a0f.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a0f</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Aios huisartsgeneeskunde zijn voor een zeer belangrijk deel afhankelijk van het patiëntenaanbod in de opleidingspraktijk als het gaat om het behalen van hun leerdoelen en het ontwikkelen van de vereiste competenties. Maar hoe ziet dat aanbod er nu eigenlijk uit?&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Handen-in-Huis ontlast mantelzorgers</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a10.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a10</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Stichting Mantelzorgvervanging Nederland &#8216;Handen-in-Huis&#8217; richt zich op de 24-uurs vervanging van mantelzorgers. Een aantal zorgverzekeraars vergoedt deze vervanging.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Injectie in de knie: van welke kant?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a11.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a11</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Er zijn verschillende manieren om een injectie in de knie te geven, maar niet altijd resulteert dit ook in een intra-articulaire infiltratie. &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Weinig overbehandeling met antidepressiva</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a12.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a12</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Ellen Piek</name></bsl:author><bsl:author><name>Klaas van der Meer</name></bsl:author><bsl:author><name>Witte Hoogendijk</name></bsl:author><bsl:author><name>Brenda Penninx</name></bsl:author><bsl:author><name>Willem Nolen</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Ellen Piek, Klaas van der Meer, Witte Hoogendijk, Brenda Penninx, Willem Nolen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De meeste Nederlanders met een depressieve stoornis (&#8216;depressie&#8217;) worden behandeld in de eerste lijn.1,2 De richtlijnen voor de eerste en tweede lijn bevelen voor alle patiënten met een depressie behandeling aan met antidepressiva en/of psychotherapie.3-6 Na een eerste episode moet de behandeling met antidepressiva voortgezet worden tot zes maanden na remissie, na een recidief of bij chronische depressie moet zij nog één of meer jaren worden voortgezet.3-6&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Casemanagement bij beginnende dementie</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a16.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a16</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Daniëlle Jansen</name></bsl:author><bsl:author><name>Hein van Hout</name></bsl:author><bsl:author><name>Giel Nijpels</name></bsl:author><bsl:author><name>Frank Rijmen</name></bsl:author><bsl:author><name>Rosemarie Dröes</name></bsl:author><bsl:author><name>Anne Margriet Pot</name></bsl:author><bsl:author><name>François Schellevis</name></bsl:author><bsl:author><name>Wim Stalman</name></bsl:author><bsl:author><name>Harm van Marwijk</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Daniëlle Jansen, Hein van Hout, Giel Nijpels, Frank Rijmen, Rosemarie Dröes, Anne Margriet Pot, François Schellevis, Wim Stalman, Harm van Marwijk&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Voor de huisartsgeneeskunde vormt het toenemend aantal thuiswonende ouderen met dementie een uitdaging, met name ook vanwege de gezondheidsrisico&#8217;s voor de mantelzorgers,1 met een prominente plaats voor angst en depressie.2&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Pijn krijgt straf</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a17.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a17</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Bewegingsangst is niet meer durven bewegen uit angst voor pijn. Dat is een goede reflex als je enkel gebroken is. Als het gips eraf is, is het een verkeerde reflex. Dan moet je een beetje door de pijn heen lopen. Niet te veel, niet te weinig. Niet te vroeg, niet te laat. Dat is nu zo lastig, de vage grens tussen vermijden van die bewegingen en het opzoeken van de pijn door te bewegen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Van verzadigd naar onverzadigd vet</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a18.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a18</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Gerard Hornstra</name></bsl:author><bsl:author><name>Henriëtte Grooten,</name></bsl:author><bsl:author><name>Jaap van Binsbergen</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Gerard Hornstra, Henriëtte Grooten,, Jaap van Binsbergen&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Vetten zijn onmisbaar in onze voeding. Ze leveren energie, het zijn bronnen van de vetoplosbare vitaminen, hun vetzuren [tabel 1] bepalen de architectuur (en daarmee de functie) van alle celmembranen en hun meervoudig onverzadigde essentiële vetzuren zijn bovendien voorlopers van belangrijke regelmoleculen in het lichaam, zoals prostaglandines en tromboxanen. Onderzoek toont aan dat vetten een belangrijke rol spelen bij de preventie en bestrijding van ziekten. Daarbij lijkt de kwaliteit van het vet (de vetzuursamenstelling) belangrijker dan de kwantiteit. De Gezondheidsraad heeft in 2001 reeds gerapporteerd dat er gezondheidswinst te behalen is als men verzadigde vetzuren in de voeding vervangt door onverzadigde vetzuren.1 Desondanks zijn de aanbevelingen voor de inname van de essentiële vetzuren linolzuur en &#945;-linoleenzuur nog steeds gebaseerd op het voorkómen van deficiënties en niet op de preventie van chronische ziekten, zoals hart- en vaatziekten (HVZ) en diabetes mellitus type 2. De aanbevelingen voor vetten zijn bij een herziening van de Richtlijnen Goede Voeding in 2006 gelijk gebleven, met uitzondering van de zogenoemde visvetzuren (EPA en DHA). De aanbevolen consumptie van deze vetzuren is verhoogd van 200 naar 450 mg/d.2&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>	NHG-Standaard Angst (tweede herziening)</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a19.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a19</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Lieke Hassink-Franke</name></bsl:author><bsl:author><name>Berend Terluin</name></bsl:author><bsl:author><name>Florien van Heest</name></bsl:author><bsl:author><name>Jan Hekman</name></bsl:author><bsl:author><name>Harm van Marwijk</name></bsl:author><bsl:author><name>Mariëlle van Avendonk</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Lieke Hassink-Franke, Berend Terluin, Florien van Heest, Jan Hekman, Harm van Marwijk, Mariëlle van Avendonk&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Zie voor de tekst van NHG-Standaard de NHG-website: www.nhg.org.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Cholesteatoom: een wolf in schaapskleren</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a24.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a24</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Liane Santing</name></bsl:author><bsl:author><name>Reinout van der Eijk,</name></bsl:author><bsl:author><name>Gé Donker</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Liane Santing, Reinout van der Eijk,, Gé Donker&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Een cholesteatoom is een zeldzame afwijking die aangeboren kan zijn of in de loop der jaren ontstaat. Deze klinische les gaat over het verworven cholesteatoom, omdat de huisarts een belangrijke rol heeft in de herkenning van het ziektebeeld en de begeleiding tijdens en na de behandeling. We zien cholesteatoom weinig bij volwassenen en nog minder bij kinderen. Middenoorontstekingen komen echter heel vaak voor op kinderleeftijd en de huisarts ziet veel patiënten, van alle leeftijden, met gehoorverlies en otitiden. De symptomen van een cholesteatoom en otitis media vertonen veel overeenkomsten. Zo gaan een otitis media en een cholesteatoom meestal gepaard met geleidingsslechthorendheid, wat bij sommige kinderen leidt tot enige vertraging van de spraak- en taalontwikkeling. Bij een otitis media is dit gehoorverlies echter tijdelijk. Het heeft op de lange termijn geen nadelige gevolgen voor de taalontwikkeling en leidt niet tot een leerachterstand op school.1 Een cholesteatoom kan echter wel tot leerachterstand leiden. Met behulp van audiometrie kan de huisarts bij kinderen vanaf de leeftijd van zes jaar op objectieve wijze vaststellen of ze een gehoorverlies hebben.2&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>&#8216;Richt bij COPD je zorg op de ervaren klachten&#8217;</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a25.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a25</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Afgelopen zomer promoveerde Janwillem Kocks in Groningen op zijn proefschrift Towards health status guided care in COPD. Using the Clinical COPD Questionnaire (CCQ). In een interview vertelt hij over zijn onderzoeksbevindingen die van belang zijn voor het werk van de huisarts dan wel de praktijkondersteuner.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>De wetenschap van de huisarts</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a26.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a26</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Op 25 november aanvaardde voormalig H&amp;W-hoofdredacteur Henk van Weert het ambt van hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de UvA. In zijn inaugurele rede beschrijft hij drie lopende onderzoeken waarin de kernwaarden van de huisarts tot uiting komen. Daarna gaat hij in op onderwijs en praktijk. Hieronder is het betreffende deel van zijn oratie voor u samengevat.<br xmlns=""/>De volledige versie is beschikbaar via www.oratiereeks.nl.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Besluiten bij ongewenste zwangerschap</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a29.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a29</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Gé Donker</name></bsl:author><bsl:author><name>Maaike Goenee</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Gé Donker, Maaike Goenee&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;De huisarts kan een belangrijke rol spelen in het besluitvormingsproces bij ongewenste zwangerschap. Er zijn echter geen richtlijnen voor een gesprek over dit onderwerp. Wij onderzochten de rol van de huisarts bij de besluitvorming van vrouwen na consulten over ongewenste zwangerschap.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Beweeg en leef langer</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a2a.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a2a</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Victor van der Meer</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Victor van der Meer&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Bewegen is goed voor de gezondheid. Een open deur. Maar hoe vaak, hoe lang en hoe internsief we moeten bewegen om gunstige effecten op de gezondheid te verwachten is onbekend. De Nederlandse Norm Gezond Bewegen adviseert minimaal 5 dagen per week 30 minuten matig intensief te bewegen.1 Matig intensief bewegen komt in de praktijk neer op bewegen met een wat hogere hartslag en ademhaling zoals stevig doorwandelen of iets harder op de pedalen trappen.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Excisiemarges van een melanoom</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a2b.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a2b</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Persijn Honkoop</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Persijn Honkoop&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Huisartsen verwijderen verdachte naevi en sturen ze op ter beoordeling. Indien het een melanoom blijkt te zijn, volgt een uitgebreidere re-excisie om al het tumorweefsel te verwijderen. Hoe ruim de marges bij re-excisie moeten zijn, hangt af van de dikte van de gevonden tumor, de breslowdikte. Het is echter onduidelijk welke excisiemarges moeten worden aanhouden bij de ernstigste variant, een breslowdikte &gt; 2 mm. Scandinavische onderzoekers hebben in een gerandomiseerde trial onderzocht of die tumorvrije excisiemarge 2 of 4 cm moet zijn.1&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>5-fluorouracilcrème en voetwratten</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a2c.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a2c</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Wiljan Ouwendijk</name></bsl:author><bsl:author><name>Arie Knuistingh Neven</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Wiljan Ouwendijk, Arie Knuistingh Neven&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Vraagstelling Voetwratten, veroorzaakt door humaanpapillomavirussen (HPV), komen vaker voor dan handwratten en zijn vaak therapieresistent. De bekenste behandelingen zijn aanstippen met vloeibare stikstof, applicatie van salicylzuurzalf of combinaties van beide. Er is geen verschil in werkzaamheid.1 Een lokaal, sporadisch gebruikt middel is 5% 5-fluorouracilcrème. Dit middel remt de DNA- en RNA-synthese van cellen die zijn besmet met HPV. Onze onderzoeksvraag luidt: Is het gebruik van 5% 5-fluorouracilcrème veilig en effectief tegen voetwratten?&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Sublinguale immunotherapie bij hooikoorts </title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a2d.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a2d</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><bsl:author><name>Sjoerd Zwart</name></bsl:author><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">&lt;b&gt;Sjoerd Zwart&lt;/b&gt;&lt;br/&gt;Context Allergische rhinitis is een veelvoorkomende aandoening die de kwaliteit van leven flink kan beïnvloeden. Als antihistaminica en lokale corticosteroïden onvoldoende helpen, is immunotherapie soms effectief. Immunotherapie per injectie heeft echter het risico van ernstige systemische bijwerkingen. Mogelijk kan immunotherapie via sublinguale toediening dit risico minimaliseren.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Leefstijladvisering door POH of huisarts</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a2e.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a2e</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Wat is het effect van leefstijladvisering door de praktijkondersteuner in vergelijking met de gebruikelijke zorg van de huisarts? Welke parameters voorspellen succesvolle gewichtsstabilisatie op lange termijn?  Deze vragen zijn het uitgangspunt voor de GOAL study (Groningen  Overweight And Lifestyle) en daarmee van het proefschrift van Nancy ter Bogt. Volgens haar zijn gebrek aan tijd en kennis bij de huisarts en onvoldoende continuïteit van de begeleiding bekende barrières voor een goede leefstijladvisering. Ter Bogt stelt dat deze barrières grotendeels worden omzeild wanneer niet de huisarts maar de praktijkondersteuner de leefstijladvisering uitvoert.        &lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Tijdschrift voor praktijkondersteuning</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a2f.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a2f</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Het eerste nummer van 2012 van het Tijdschrift voor praktijkondersteuning verschijnt half februari. Uw praktijkondersteuner krijgt daarin onder meer het volgende voorgeschoteld.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Waar woont de huisarts?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a30.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a30</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Op het laatste NHG-congres &#8216;Als het kanker is&#8217; kwam duidelijk naar voren dat er van huisartsen wordt verwacht dat zij voor hun terminale patiënten beschikbaar en bereikbaar dienen te zijn, ook buiten kantooruren. Dat verwachten de patiënten en dat verwacht het NHG. Volgens Arno Timmermans moeten huisartsen die niet bereid zijn om buiten kantooruren beschikbaar te zijn maar een ander vak kiezen&#8230; Een boude uitspraak!&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Dipyridamol effectief na TIA of herseninfarct?</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a31.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a31</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Met veel interesse lazen wij het artikel van Verburg et al.1 Hoewel wij het onderwerp zeer relevant vinden, zijn wij het oneens met de conclusies en aanbevelingen van de auteurs. Naar onze mening ontbreekt een toetsbare wetenschappelijke onderbouwing van de door de auteurs gevolgde methodiek. Zo stellen zij dat twee (onafhankelijke?) onderzoekers de gevonden artikelen beoordeelden met behulp van de &#8216;geëigende instrumenten&#8217;. Het is jammer dat niet verder wordt gespecificeerd welke instrumenten het betreft en welke parameters werden beoordeeld. Desondanks stellen de auteurs dat de geïncludeerde review en de meta-analyses &#8216;allemaal redelijk tot goed van kwaliteit zijn&#8217;. Langs welke meetlat de onderzoeken zijn gelegd blijft onduidelijk.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Conversiestoornis</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a32.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a32</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Met interesse heb ik het artikel &#8216;Conversiestoornis&#8217; van Uijen en Bischoff gelezen.1 Daarin leggen zij het teken van Hoover uit: &#8216;Bij verlammingsverschijnselen van het been kan de huisarts het teken van Hoover testen. Een poging van de patiënt om het aangedane been vanuit liggende positie op te heffen zal bij gezonde mensen en mensen met een organische verlamming leiden tot een tegengestelde neerwaartse druk in het gezonde been. Deze tegendruk wordt veroorzaakt door een reflex en is te voelen door de hand onder de hak van het gezonde been te plaatsen. Afwezigheid van deze tegendruk kan een aanwijzing zijn voor een conversiestoornis.&#8217;&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry><entry><title>Consultvoering van aios en ervaren huisartsen</title><link type="text/html" rel="alternate" href="http://vb23.bsl.nl/frontend/framesets/index_henw_direct_link.asp?page=0018-7070/09014f3c802d1a33.html"/><id>urn:dctm:chron_id:09014f3c802d1a33</id><bsl:issn>0018-7070</bsl:issn><bsl:volume>55</bsl:volume><bsl:issue>2</bsl:issue><bsl:date>2012</bsl:date><updated>2012-02-01T01:00:00Z</updated><content type="html" xml:lang="nl">Wij waren aangenaam verrast door de manier waarop Jager et al. de consultvoering van aios en ervaren huisartsen analyseerden.1 We plaatsen hier een aantal opmerkingen over uitvoering en presentatie van de resultaten.&lt;p&gt;&lt;br/&gt;&lt;small&gt;&lt;b&gt;Copyright 2009 Bohn Stafleu van Loghum, Houten&lt;/b&gt;&lt;/small&gt;&lt;/p&gt;</content></entry></feed>
